Doorgaan naar hoofdcontent

Posts

Wis

. Wie weet wat een wis is? In ‘Een wis hooi’ stuit ik op een hooiwis:        EEN WIS HOOI        Ik denk hier ligt een overreden egel,        mijn zaklamp brengt een hooiwis aan het licht,        het lucht niet op, verloren gras, te dood,        te licht, met een verminkte egel zou ik        aanzienlijk minder eenzaam zijn geweest. In het donker denkt de dichter op een overreden egel te stuiten, maar bij nader toezien blijkt het een hooiwis te zijn. Een hooiwis? Het woordenboek leert dat een wis eigenlijk een twijg is, maar ook wel de naam voor zoveel hout als men met zo'n wis (of twijg) kan samenbinden. Synoniem: bos. Een wis hout is een bos hout.        Wis is ook wel de naam voor een bosje, een kleine bundel, een handvol. Die bete...

Klaas

. Hier volgt een simpel gedicht, over een simpele ziel, aangetroffen in een cahier uit augustus en september 1950, met daarin, in nethandschrift, een keuze die Van Geel zelf had gemaakt uit de gedichten die hij sinds 1942 had geschreven:        SIMPELE KLAAS        Klaas’ hoeve ligt verlaten aan de hoofdweg,        de auto’s stuiven snel aan hem voorbij.        Hij strijkt de stroeve kruimels van het brood weg        en oogt ze turend na in mijmerij.        De letters van Noord-Holland, Zeeland, Utrecht,        hij kent ze als de koeien in de wei.        Als hij zijn schriften ijvrig in zijn schoot legt        dan houdt hij boek, zet letters op een rij.  ...

Sneeuwklokjes

. Je kunt schrijven met pen en potlood op papier – dat is de meest voorkomende vorm. Maar als de omstandigheden erom vragen, kan het ook met andere middelen. Chr.J. van Geel geeft een kort overzicht van de mogelijkheden in het zakelijke tekstje ‘Schrijven’:        SCHRIJVEN        Je kunt schrijven met schelpen en met               gruis van schelpen,        met denneappels, met mos, in mos,               met sneeuwklokjes of        met krokussen (even wachten), in zand               en met bakstenen. Van Geel wist waarover hij het had. Schrijven met schelpengruis kende hij uit eigen waarneming, zo blijkt uit dit korte gedicht: ...

Helderheid

. Op 19 juni 1973 stuurde Chr.J. van Geel een brief aan T. van Deel, met daarin ook een net geschreven gedicht. Het is nooit door hem gepubliceerd. Niet lang daarna werd hij ziek, en stierf hij, in het voorjaar van 1974. In 1999 maakt drukker Ser Prop er een bibliofiele uitgave van.        ZORG OM VOGELS        Ik maakte in de zon        de waterbekkens schoon        waaruit de vogels drinken.        Zand veegde ik, dor blad,        verdroogd zwart zaad uit wat        een gootsteen was geweest.        Ik goot het hardsteen vol,        de omgekeerde schaal        asbest, ik goot hem vol       ...

Pleizier

. Er was eens een meisje dat ’s avonds laat aanklopte bij het kasteel van een oude koning en koningin. Ze was moe en doorweekt. Ze zei dat ze een prinses was. Het vorstenpaar liet haar binnen en gaf haar een bed met twintig matrassen en daarbovenop twintig donzen dekbedden. Onder de onderste matras had de oude koningin stiekem een kleine erwt gelegd.        De volgende morgen klaagde de bezoekster dat ze de hele nacht geen oog dicht had gedaan. Het leek wel alsof ze op een steen had gelegen. De koning en de koningin wisten toen genoeg: dit meisje moest wel een echte prinses zijn – en dus de ideale huwelijkskandidaat voor hun zoon.        Zo gaat het in ‘De prinses op de erwt’, het sprookje van Hans Christian Andersen. Hooggeplaatste adellijke personen zijn gevoelig voor de kleinste dingen, dat weet iedereen. Het geldt ook voor de koningin in het volgende sprookje – niet van Andersen, maar van Chr.J. van Geel: ...

Bekeuring

. In juni 1958 verscheen S pinroc en andere verzen , de debuutbundel van Chr.J. van Geel. Een half jaar later wilde W. Hoffmann, een journalist van het Algemeen Dagblad , hem daarover interviewen. Maar, zo schreef Hoffmann, “Van Geel houdt niet van interviews. Die doen hem ‘aan bekeuringen denken, en – al is de agent geschikt – de situatie blijft onbehaaglijk.’” Het interview verliep daarom schriftelijk. In een klein hoekje van de kunstpagina van dinsdag 30 december 1958 wijdde Hoffmann een paar woorden aan Spinroc (“een omvangrijke bundel die treft door niveau en oorspronkelijkheid”) en deed hij een kleine greep uit de antwoorden die Van Geel hem had toegestuurd. Hieronder volgt de eerste vraag, en het eerste antwoord: – Wanneer en hoe kwam u tot schrijven? – Wie let daar nu op. • Foto door Wil van de Leijgraaf

Kibitke

. Toen zijn huis in Groet was afgebrand, op 11 februari 1972, kreeg Van Geel tijdelijk een huis in Bergen. Op de vraag wat hij als eerste nodig had, antwoordde hij: gordijnen, een schrijfmachine – en een Van Dale. Natuurlijk. Dichters houden van woorden, en van woordenboeken. Van Geel keek er dagelijks in en noteerde altijd van alles. Dit is een gedicht uit 1950, nooit gepubliceerd:        VAN DALE(N)        Een russisch rijtuig        zonder veren        op vier lage wielen        met mattenbekleedsel        als huif        Een tent               uit dierenhuiden               Tartaren  ...