. Kun je van iemand zeggen dat hij of zij over “een feilloze smaak” beschikt? Eigenlijk niet – daarvoor is smaak nu eenmaal te subjectief. Toch gebruikt J.P. Guépin die typering als hij het heeft over de smaak die Chris van Geel en Thérèse Cornips ontwikkelden toen ze elkaar, in het najaar van 1952, hadden gevonden en waren gaan samenwonen in Van Geels atelierwoning in Groet. Zij beschikten allebei over “het volmaakte oog”, nog zo’n subjectieve typering, niet alleen “voor beeldende kunst en literatuur, maar ook voor de dingen”. Vanaf de komst van Cornips werd het huis geleidelijk ingericht “met de Victoriaanse of boerenspullen die bij de uitdrager Henke in Alkmaar of in boelhuizen gekocht werden.” Geld was er niet, dus er moest lang en goed gespeurd worden, en dan moest elk artikel ook nog eens voldoen aan de strenge eisen die de feilloze smaak nu eenmaal stelde. Het ging dan bijvoorbeeld om “een mangelbak met precies de juiste afschilfering”...
Over en van de dichter Chr.J. van Geel — door Guus Middag