. Chris van Geel hield niet van publiciteit, en zeker niet van persoonlijke interviews. Je zou hem ‘gereserveerd’ kunnen noemen, in de eerste betekenis die Van Dale bij dat woord geeft: zich op een afstand houdend, terughoudend, afwachtend. “Over zijn werk schrijven màg, maar verzoeken om interviews wimpelt hij af”, schreef journalist Ivan Sitniakowsky, die hem graag wilde spreken. De dichter legde hem helder uit hoe hij zijn eigen positie zag: “‘U moet het zo zien, dat ik eigenlijk niet besta, dat ik er niet ben’, zei hij gereserveerd door de telefoon.” Toch slaagde Sitniakowsky er na nog enig aandringen in om Van Geels reserves weg te nemen. Hij mocht hem zowaar komen bezoeken in Groet. Het resultaat werd een uitgebreid portret van de dichter, en van zijn werk, met ook enige interviewfragmenten. Na het gesprek, dat tot ’s avonds laat duurde, liep Van Geel met Sitniakowsky mee terug naar de bushalte waar de laatste bus van Groet naar Alkmaar zou vertrekken. Hij keek tevreden ...
. Chris van Geel was “een ongelooflijk bijzonder persoon”, vertelde Thérèse Cornips, in haar boek met herinneringen aan de dichter met wie ze tien jaar lang samenleefde, in Groet, tussen 1952 en 1962. Hij was in alles “een leuke geest”, en “alles wat hij zei was bijzonder.” Zo beschreef ze hem: “Hij was voor geen gat te vangen, op geen enkele wijze; clichés waren hem helemaal vreemd.” Als voorbeeld van zijn originele gedrag vertelde ze het verhaal over het vliegje in het oor van Van Geel: “We gingen een keer naar de fietsenmaker in Catrijp, helemaal aan het eind van de middag, om een gerepareerde fiets op te halen. Die fietsenmaker woonde met zijn vrouw en zoon in een klein huisje. Aan de zijkant van het huisje zat de voordeur, en in die voordeur zat zo’n kijkdeurtje. We hadden de fiets opgehaald en het deurtje was net dicht gegaan, toen Chris een vliegje in zijn oor kreeg. Hij was daar erg van ond...