. In het Dierenalfabet van Chris van Geel vinden we onder de letter R één gedicht over een reiger, vier gedichten over een roodborst en één gedicht over een rups: SPANRUPS Een oog, een lus, een hoge rug, een onaanzienlijk takje vlees dat lopend op zijn tenen stokt. Een reuzenrad in miniatuur, een viadukt, een ereboog, zo vordert hij op weg naar groen. Als iemand uit het midden leeft dan hij, hij heft zijn lichaam op, zijn houten huid kan op zijn kop en op zijn achterbenen staan, hij boogt op stilstand en hij hoopt voor lijnrecht door te kunnen gaan. Een spanrups is een onooglijk beestje dat op een takje lijkt. Dat klinkt wat sneu, maar het is ook meteen zijn redding, want door deze camouflage valt hij niet of nauwelijks op voor zijn vijanden. Hij beweegt zich op een voor ons gevoel nogal omslachtige manier voort: door zich aan te spannen, zijn lijf bol te maken en weer uit te strekken – en zo verder. Van Geel buigt zich i...
. Dit is een kort gedicht van Chris van Geel, uit zijn debuutbundel Spinroc en andere verzen (1958): Er gaat een bries over de sloot die sneller dan de rimpels is. Het schrikdraad tikt. Het is het enige seizoen waarin ’t niet elders beter is. Het is een eenvoudig verslag van een eenvoudige korte sensatie van tevredenheid, misschien wel van geluk. Dat gevoel zal zich, gezien die sloot en het schrikdraad, vermoedelijk hebben aangediend in de polder met weilanden, dicht bij Groet, tussen de duinen (zeezijde) en het Noord-Hollands Kanaal (landinwaarts). Daar liep Van Geel vaak en graag, meestal ’s nachts, in de enorme uitgestrektheid van het vlakke lage land onder een hoge hemelkoepel. Wat zie en hoor je dan? Niet zo veel, en niet zo veel bijzonders. Maar alles was veel en alles was bijzonder voor een dichter als Van Geel, met zijn oog en oor voor details. Hij zag een vleug wind over het water van de sloot trekken en rimpels veroorzaken,...