. Dit is een gedicht van Chris van Geel, uit zijn bundel Enkele gedichten (1973): Nacht in een theepot waar water blad, blad water koestert, een lichte damp de tuit verlaat. We zien een theepot waarin thee staat te trekken. In de theepot is het donker. Er heerst een zekere intimiteit: de theeblaadjes en het theewater koesteren elkaar. Na een tijdje komt er een klein stoomsliertje, “een lichte damp”, omhoog gedreven uit de tuit van de pot. Het gedicht bevindt zich in de bundel tussen gedichten die zich afspelen in een sfeer van nachtelijke wandelingen. Het is ook mogelijk dat het een verbeelding is van een natuurtafereel, gezien bij een sloot of vijver, met bomen of struiken ernaast. Het is er stil waarschijnlijk, de meeste die...
. Eind 1958, een half jaar na het verschijnen van Spinroc en andere verzen , de debuutbundel van Chris van Geel, wilde journalist W. Hoffmann hem daarover interviewen. De dichter voelde er niet zo veel voor, en daarom verliep het gesprek schriftelijk. Van Geel ging uitgebreid op alle vragen van Hoffmann in, maar bracht – net als in zijn gedichten – ook steeds weer wijzigingen aan in zijn antwoorden. Uiteindelijk wijdde Hoffmann maar een paar regels aan Spinroc en deed hij maar een kleine greep uit de antwoorden die Van Geel hem had toegestuurd ( Algemeen Dagblad , dinsdag 30 december 1958). Een van de vragen van Hoffmann was: “Kunt U iets vertellen over Uw werkwijze?” Dit was het antwoord, dat de krant niet heeft gehaald: “Werk? Alleen uit niets doen ontstaat iets.” • Chris van Geel in de krant.