. De derde afdeling in de bundel Het zinrijk (1971) heet ‘Uit de slaap gered’. Ze bestaat uit tweeënveertig gedichten. De meeste daarvan zijn kort, maar dat geldt voor de meeste gedichten van Van Geel. Ze liggen, zoals de titel al aangeeft, dicht bij de droom, de slaap en de halfslaap, maar ook dat geldt voor de meeste gedichten van Van Geel. Hooguit kun je zeggen dat de surrealistische inslag hier wat hoger is dan gemiddeld: grilliger en fragmentarischer, meer rare raadselachtige beelden en dichterlijke nieuwvormingen. Dit is een van die gedichten: BINNENBORST Borstplaat ben ik van een grote laagheid, heb je ’t ooit zo zoet geproefd? Dichters zijn meer dan gemiddeld geïntrigeerd door woorden en staan soms langer stil bij een woord. Dit gedicht zou wel eens ontstaan kunnen zijn doordat Van Geel gefrappeerd werd door het merkwaardige woord ‘borstplaat’. Een borstplaat is een metalen plaat ter bescherming van de borst, maar de meeste mensen zullen het kennen in een heel andere ...
. In februari 1971 verscheen de derde lijvige dichtbundel van Chris van Geel: Het zinrijk . Hij had er lang aan gewerkt, zoals aan al zijn bundels – en aan al zijn gedichten. We mogen er wel van uitgaan dat hij het openingsgedicht met zorg had gekozen. Het zinrijk opende met een lange, zestig gedichten tellende afdeling ‘Areaal’, en daarvan was dit het eerste gedicht: ONDERHOUT Wat leeft groeit krom, dichtbij de grond, vitaal en dom. Onderhout, met een t aan het eind, is de verzamelnaam voor het “laag houtgewas onder de bomen die de opstand vormen”, volgens Van Dale. Ik ben geen bosdeskundige, dus ik moet dan ook weer opzoeken hoe dat zit met die opstand. Met “opstand” wordt “het in een bos of een gedeelte ervan voorhanden geboomte” bedoeld, zegt Van Dale. Ofwel: “het staand hout”. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed gebruikt voor “onderhout” deze definitie: de “lage, struikachtige, min of meer verwilderde begroeiing tussen de bomen in een bos of populierenopstand.” A...