. In de nacht van 11 op 12 februari 1972 brandde het huis van Chris van Geel en Elly de Waard af. Zij waren niet thuis toen het gebeurde. Toen ze diep in de nacht in Groet aankwamen, was de brand al geblust. “Alles was veranderd in een natte prut”, vertelde Van Geel later. Maar alles stond nog wel min of meer op zijn eigen plaats. Dat werd anders toen de brandweer besloot de muren toch maar omver te trekken, omdat er gevaar voor instorting bestond. Er ging bij de brand van alles verloren, maar toch bleek een nog verrassend groot deel van de brieven, gedichten en tekeningen gered te kunnen worden. De Amsterdamse hoogleraar Hellinga zorgde ervoor dat er de volgende dag al een busje bij het afgebrande huis stond om nog zoveel mogelijk van de aangebrande natte manuscripten en andere papieren in veiligheid te brengen. Ze werden voorlopig naar het Ceres-gebouw in Amsterdam gebracht, een dependance van de Universiteitsbibliotheek. ...
. Het woordenboek kent het woord ‘klimduin’ niet, maar iedereen zal meteen snappen wat ermee wordt bedoeld: een steil duin waar je lekker tegenop kan klimmen. Het klimduin in Schoorl is een van de bekendste, maar ook het dorp Groet heeft er een, op de plek waar de Wagenmakersweg uitkomt op het duin. Dat is dicht bij de plek (op zo’n 250 meter) waar Chris van Geel woonde tot 1972: Achterweg 17. Vermoedelijk is dit het klimduin dat hij beschrijft in het onderstaande gedicht. Het werd opgenomen in het tijdschrift Tirade van maart 1970, maar nooit gebundeld. KLIMDUIN De dag breekt aan, kou uit een open ijskast: een lap los zand tussen dor hakhout ingeklemd onder de lucht die leger is van diepte nu het gezichtsveld vol met wit zand ...