Doorgaan naar hoofdcontent

Posts

Wilhelmina

. Chris van Geel had een bijzondere band met bomen. En ook met koningin Wilhelmina. Zoals voor velen die de oorlog hadden meegemaakt vertegenwoordigde zij voor hem de “geest van het verzet”. Het citaat komt uit zijn gedicht ‘Wilhelmina’, dat hij schreef toen hij, op zaterdag 8 december 1962, de uitvaart van de koningin zag, op televisie. Over dat gedicht (volgens hemzelf “een slecht, maar goedbedoeld vers”) een andere keer. Kort na de uitvaart verscheen het boek Het is stil op Het Loo … Overpeinzingen in memoriam koningin Wilhelmina , geschreven door haar secretaris Thijs Booy. Van Geel las het, misschien al wel meteen na verschijnen, in 1963. Maar hij publiceerde er pas in juli 1970 een tekstje over, in het tijdschrift Barbarber . Het bestaat uit citaten van de secretaris zelf, genomen uit het eerste hoofdstuk van zijn boek, waarin hij vol eerbied spreekt over “mijn meesteres” en over haar innige relatie met bomen: BOMEN Zij was te Hollands nuchter om een gesprek met ze te be...
Recente posts

Belg

. In januari 1968 verscheen in het tijdschrift Barbarber dit tekstje, ingezonden door Chris van Geel:        BELG        Was Alexander de Grote een Belg? De naslagwerken zijn er duidelijk over, en de AI-tools ook als ik ze dezelfde vraag stel: “Nee, Alexander de Grote was geen Belg.” Ze zeggen dat hij een Macedonische koning was, geboren in 356 v. Chr., in Pella. En ze voegen eraan toe: “België bestond in die tijd trouwens nog helemaal niet — het land ontstond pas in 1830.”        België heeft sinds zijn ontstaan koningen gehad met vier verschillende namen: Leopold, Albert, Boudewijn en Filip, maar geen Alexander. Er is wel een Belgische príns Alexander geweest (1942-2009). Het zou nog kunnen dat deze Alexander Van Geel door het hoofd speelde toen hij zijn vreemde vraag stelde.        Hier zouden we het heel goed bij hebben kunnen laten, ...

Sneeuw

. Als het heeft gesneeuwd, en het vriest, dan blijft de sneeuw liggen. Als de vorst heel lang aanhoudt, gaat de sneeuwlaag krimpen. De sneeuw wordt hard en droog en korrelig. Dat is wat Chris van Geel gezien moet hebben, in en om zijn woonplaats Groet, in februari 1955:        FEBR. ’55        Reeds weken ligt de sneeuw met opgetrokken lippen        te krimpen in de wind, te drogen aan zijn dorst.        Hij sterft niet aan de dooi, hij sterft aan de vorst.        Er stuiven korrels van zijn huid om te gaan drinken. De sneeuw krijgt hier trekken van een dier, of van een mens. Het is een aangrijpend portret van een stervende, gestrand in de sneeuw en de vrieskou, niet meer in staat om zich te bewegen. Hij ligt er “met opgetrokken lippen”. Hij krimpt. Hij moet, totaal uitgedroogd, drinken, maar er is nie...

Drenken

. Dit is een gedicht van Chris van Geel, uit zijn bundel Enkele gedichten (1973):        Nacht in een theepot        waar water blad,        blad water koestert,        een lichte damp        de tuit verlaat. We zien een theepot waarin thee staat te trekken. In de theepot is het donker. Er heerst een zekere intimiteit: de theeblaadjes en het theewater koesteren elkaar. Na een tijdje komt er een klein stoomsliertje, “een lichte damp”, omhoog gedreven uit de tuit van de pot.        Het gedicht bevindt zich in de bundel tussen gedichten die zich afspelen in een sfeer van nachtelijke wandelingen. Het is ook mogelijk dat het een verbeelding is van een natuurtafereel, gezien bij een sloot of vijver, met bomen of struiken ernaast. Het is er stil waarschijnlijk, de meeste die...

Werkwijze

. Eind 1958, een half jaar na het verschijnen van Spinroc en andere verzen , de debuutbundel van Chris van Geel, wilde journalist W. Hoffmann hem daarover interviewen. De dichter voelde er niet zo veel voor, en daarom verliep het gesprek schriftelijk. Van Geel ging uitgebreid op alle vragen van Hoffmann in, maar bracht – net als in zijn gedichten – ook steeds weer wijzigingen aan in zijn antwoorden. Uiteindelijk wijdde Hoffmann maar een paar regels aan Spinroc en deed hij maar een kleine greep uit de antwoorden die Van Geel hem had toegestuurd ( Algemeen Dagblad , dinsdag 30 december 1958). Een van de vragen van Hoffmann was: “Kunt U iets vertellen over Uw werkwijze?” Dit was het antwoord, dat de krant niet heeft gehaald: “Werk? Alleen uit niets doen ontstaat iets.” • Chris van Geel in de krant.

Benzine

. Chris van Geel had de gewoonte om laat op te staan en dan meteen aan het werk te gaan, zo schreef Elly de Waard in haar portret van hem. Pas aan het eind van de middag, na een hele dag gedichten schrijven, en brieven, ging hij zich wassen en aankleden. Bij het wassen en aankleden “liep hij onbekommerd door het huis – hij was verademend onpreuts – en zong of declameerde hij luid en opgewekt. De voordracht behelsde rijmpjes in de trant van: ‘Goedemorgen, juffrouw Beuker, hier is de nieuwe kippenneuker!’ of ‘Kijk eens even, de kwestie is deze, geen kinderen en toch te kezen!’, waarna hij weer in dat aanstekelijke gelach kon uitbarsten.” Ook zong hij liedjes, of regels uit liedjes: “De liedjes die hij zong konden onverwacht afkomstig blijken te zijn uit een musical uit de jaren twintig, waarvan bijvoorbeeld de volgende frase hem was bijgebleven: ‘Mooie zus, mooie zus, van de autobus, kind wat ruik je toch weer lekker naar benziéééne…’ Daarbij voerde hij soms dansen uit met de han...

Gereserveerd

. Chris van Geel hield niet van publiciteit, en zeker niet van persoonlijke interviews. Je zou hem ‘gereserveerd’ kunnen noemen, in de eerste betekenis die Van Dale bij dat woord geeft: zich op een afstand houdend, terughoudend, afwachtend. “Over zijn werk schrijven màg, maar verzoeken om interviews wimpelt hij af”, schreef journalist Ivan Sitniakowsky, die hem graag wilde spreken. De dichter legde hem helder uit hoe hij zijn eigen positie zag: “‘U moet het zo zien, dat ik eigenlijk niet besta, dat ik er niet ben’, zei hij gereserveerd door de telefoon.” Toch slaagde Sitniakowsky er na nog enig aandringen in om Van Geels reserves weg te nemen. Hij mocht hem zowaar komen bezoeken in Groet. Het resultaat werd een uitgebreid portret ( Algemeen Handelsblad , 23 november 1968) van de dichter, en van zijn werk, met ook enige interviewfragmenten. Na het gesprek, dat tot ’s avonds laat duurde, liep Van Geel met Sitniakowsky mee terug naar de bushalte waar de laatste bus van Groet naar...