. Chris van Geel is ook de dichter van de verrassende beeldspraak. In zijn bespreking van Spinroc en andere verzen (1958) schreef Simon Vestdijk al heel lovend over zijn “flitsgewijs opduikende beelden en vergelijkingen”. Hier is zo’n vondst, te vinden in zijn tweede bundel, uit 1967: MOND In het gezicht toont het gebit het mooist, ik, als ik met meisjes spreek, geloof de bloem te zien van haar skelet, bloembladeren ivoor, het hart van tong in een krans van lip. Volgens de definities is er verschil tussen gebit (tanden) en skelet (botten), maar voor Van Geel bestaat dat onderscheid niet. Hij ziet de tanden hier als een onderdeel van het skelet. Niet zomaar een onderdeel – het gebit is het deel waarmee het harde bottenstelsel zich laat zien aan de buitenwereld, en dan ...
. Na het verschijnen van zijn eerste bundel, Spinroc en andere verzen , in juni 1958, begon Chris van Geel na te denken over een opvolger. Zijn gedachten gingen uit naar een bundel waarin hij een gang door het jaar en door de seizoenen zou maken. Zo’n opzet was niet nieuw. In de oudheid deden ze het al. In de middeleeuwen en in de Renaissance ook. En ook daarna: Guido Gezelle schreef een ‘Rijmsnoer om en om het jaar’, Simon Vestdijk een ‘Rondgang door het jaar’, Hugo Claus een ‘Almanak’. Zoiets wilde Van Geel ook, en daarom begon hij zijn maand- en jaargetijdengedichten alvast bij elkaar te brengen. Een tijd lang dacht hij dat die bundel Een Jaar in Holland zou kunnen gaan heten, maar die titel lag, zoals altijd bij hem, nog lang niet vast. Grote haast was er niet, maar de zaak kwam in een stroomversnelling door zijn contacten met Johan Polak. Die was toen zelf nog geen uitgever, maar hij had al wel de nodige contacten met andere uitgevers. ...