. Het woordenboek kent het woord ‘klimduin’ niet, maar iedereen zal meteen snappen wat ermee wordt bedoeld: een steil duin waar je lekker tegenop kan klimmen. Het klimduin in Schoorl is een van de bekendste, maar ook het dorp Groet heeft er een, op de plek waar de Wagenmakersweg uitkomt op het duin. Dat is dicht bij de plek (op zo’n 250 meter) waar Chris van Geel woonde tot 1972: Achterweg 17. Vermoedelijk is dit het klimduin dat hij beschrijft in het onderstaande gedicht. Het werd opgenomen in het tijdschrift Tirade van maart 1970, maar nooit gebundeld. KLIMDUIN De dag breekt aan, kou uit een open ijskast: een lap los zand tussen dor hakhout ingeklemd onder de lucht die leger is van diepte nu het gezichtsveld vol met wit zand ...
. In een van de ordners waarin Chris van Geel zijn gedichten uit de jaren 1971 en 1972 verzamelde, vinden we dit nooit eerder gepubliceerde gedicht: ETALAGICA Hoe ook bevestigd aan een speld, een draad die niet te zien is, hoe het in zijn werk ook moge gaan, het moet onder de ogen door ramen zichtbaar zonder te ademen blijven staan, rechtop al zou ’t kristal zijn, glazen tot de top. De titel, ‘Etalagica’, is een nieuw woord, maar niet heel moeilijk te begrijpen. Iedereen weet wat een etalage is. Het achtervoegsel -ica wordt in het Nederlands vaak gebruikt om een wetenschap, of een stelsel van regels mee aan te duiden, zoals in ‘informatica’, ‘ethica’ of ‘logica’. Met ‘etalagica’ moet hier dus zoiets bedoeld zijn als etalagewetenschap, de leer of de kunst van het inrichten van etalages. Een van de eerste geboden uit het leerboek voor etaleurs is dat het tentoongestelde rechtop moet blijven staan, zo zegt het gedicht. Oo...