Doorgaan naar hoofdcontent

Posts

Kooiobject

. Dit is een foto van een jonge Chris van Geel. Genomen in 1938, vermoedelijk in het voorjaar. Hij was hier twintig jaar oud, en nog helemaal geen dichter. Hij bezocht toen het Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs in Amsterdam, de voorloper van de Rietveldacademie. De fotograaf was Emiel van Moerkerken. Ze hadden elkaar net leren kennen, en trokken veel met elkaar op. Op de foto zien we een vriendelijke jongeman, in een ontspannen houding lijkt het, en met iets afwachtends, misschien ook wel iets verlegens, in zijn blik. Zijn haar en zijn kleding zijn vermoedelijk modieus voor die tijd: zo zag een jonge kunstenaar er toen uit. Tussen zijn vingers heeft hij losjes een dunne sigaar. En onder zijn arm een aktetas, ook losjes. Het geheel maakt een bestudeerd nonchalante indruk.        Waar zou de foto genomen zijn? De website van de Stichting Chr.J. van Geel geeft als bijschrift: “Van Geel, staande aan de Herengracht in Amsterdam (voor het huis van ...
Recente posts

Telefoontoestel

. Eind december 1962 kwam Elly de Waard in het leven van Chris van Geel. “De komst van Elly de Waard betekende wel enige modernisering”, schreef J.P. Guépin later in zijn ‘levensbericht’ van Van Geel. Om te beginnen kreeg de dichter, die tot dan toe een echte brievenschrijver was, nu telefoon. Uit de correspondentie tussen Van Geel en Judith Herzberg valt op te maken dat de aansluiting ergens tussen eind mei en begin juni 1963 plaatsgevonden moet hebben. In die dagen bereikte haar het bericht dat hij telefoon had gekregen – per brief, of zou hij haar zelf gebeld hebben? In ieder geval schrok Herzberg van dit nieuws, zo meldde zij hem (per brief, 9 juni 1963): “Lieve Chris, ik kreeg de schrik: krijg ik nu nooit meer een brief van je?”        Het nieuws vervulde haar met enige weemoed: “Je had zo iets mooi onstoorbaars.” En zij maakte zich zorgen over de gevolgen: “Nu veranderen je gedichten zeker ook.” Maar Van Geel stelde haar al snel daarna gerust,...

Non

. Dit is een kort gedicht van Chris van Geel, over een non, in nonnengewaad, gezien in de trein. Het komt uit zijn debuutbundel Spinroc en andere verzen (1958), dus het speelt zich af in de jaren vijftig van de vorige eeuw:        NON IN DE TREIN        Een non zit in een hoek bebrild        uit Goliaths manchet te zien.        Zij denkt aan God zo ongewild        als mannen aan een naakt misschien. Simon Vestdijk rekende het (in zijn bespreking in De Gids , november 1958) tot een van de “voluit geslaagde gedichten” uit de bundel. Hij noemde het een “waarlijk overrompelend” gedicht, en dan vooral vanwege het beeld in de tweede regel.        Goliath is bekend uit het Bijbelverhaal over David en Goliath, in 1 Samuël 17. Hij was “een kampvechter, uit het leger der Filist...

In het nauw

. In ‘De Schatkamer’ van het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid bevindt zich tot nu toe één audiofragment van Chris van Geel, zoals eerder al gemeld, in het lemma ‘Stip-t’, in dit Van Geel Alfabet. Het fragment begint met de voordracht, door de dichter zelf, van vierenveertig van zijn gedichten. Daarna volgen twee heel korte fragmenten uit, zo te horen, twee verschillende interviews. Ook hierbij ontbreekt, net als bij de gedichten, een beschrijving van de herkomst. Er wordt geen datering en geen programmatitel gegeven, en ook de naam van de interviewer(s) is niet bekend.        Een van die twee interviewfragmenten begint plompverloren met een interviewer die een vraag stelt. Uit de formulering valt op te maken dat er al een gesprek aan vooraf is gegaan, en dat deze vraag wel de laatste zal zijn: “Chris, ik geloof dat het beste is om de zaken wat open te gooien en je tot slot te vragen om te vertellen wat nu eigenlijk je relatie is tot de poëz...

Stip-t

. Het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid, meestal afgekort tot Beeld & Geluid, beheert het archief van de Nederlandse omroep. Radio en TV. Op 27 mei 2026 opende het instituut de deuren van het audiovisuele archief voor het grote publiek, via het online platform ‘De Schatkamer’. Nog lang niet alles uit het archief is daar nu al beschikbaar, maar wel al heel veel. Van Chris van Geel is daarin tot nu toe één item te vinden: een audiofragment van 16 minuten en 48 seconden, dat zo wordt beschreven: “Chr.J. van Geel (dichter, beeldend kunstenaar) leest uit zyn werk (natuurpoezie vol symboliek)” Ik citeer het zoals het er staat, dus met ‘zyn’ in plaats van ‘zijn’ en ‘poezie’ in plaats van ‘poëzie’, en met die wat vermoeid klinkende genreaanduiding ‘natuurpoezie vol symboliek’ – alsof de archivaris van dienst ook niet goed wist wat hij ermee aan moest. Daar heb je er weer zo een, zo’n natuurdichter, met van die, hoe zeg je dat, van die natuurversjes waarvan ik ook niet goed wee...

Edelsteen

. Chris van Geel schreef allerlei soorten gedichten, maar in de loop van zijn dichterschap namen ze steeds vaker deze vorm aan: een portret, meestal van iets uit de natuur, scherp gezien, strak geformuleerd, kort tot heel kort. Voor de lange baan was Van Geel duidelijk niet geschikt. In die korte gedichten diende hij niet een kant en klare waarheid op, maar meestal een beeld, of een uitzicht, waar hij zelf ook als een buitenstaander naar kon kijken. Hij dichtte niet om zich uit te drukken, maar om zichzelf terug te vinden in wat hij zag. Via het kijken kwam hij zijn eigen gevoelens en inzichten op het spoor – zo werkte het ongeveer.        In zulke portretten zit vaak de nodige deernis en droefenis, bij het zien van dieren in de verdrukking, benauwde struiken, een gevelde boom. Neem deze in een web gevangen vlieg: VLIEG Een web, hij trekt de draad als deken om zich heen en slaapt het rag vol dauw, gevangen edelsteen. Hij zweet, hij smeedt z...

Het graf gaapt

. “Hij vond me vaak vreselijk lui ”, vertelde Elly de Waard over Chris van Geel, in een interview met Bibeb. De Waard leefde twaalf jaar met hem samen, van december 1962 tot aan zijn dood, in maart 1974. “Maar ik heb me altijd verdedigd. Ik zei dat ik een tijdlang stil zitten en nadenken nodig heb.” Daar had Van Geel geen tijd en geen geduld voor, merkte ze: “Hij had zelf dat calvinistische: ‘Geen tijd verspillen. Opschieten, het graf gaapt ’, zei hij vaak.”        Van Geel, geboren in 1917, was drieëntwintig jaar ouder dan De Waard. Hij had het gevoel in zijn jeugd veel tijd verdaan te hebben. In de oorlog, die begon toen hij tweeëntwintig was, had hij veel tijd verloren, net als zijn generatiegenoten. En hij was laat begonnen met het publiceren van gedichten. Zijn eerste bundel, Spinroc en andere verzen , verscheen pas toen hij veertig was. Het valt te begrijpen dat hij, toen hij dan eenmaal goed op gang gekomen was, het gevoel kreeg zich te moeten...