. Chris van Geel schreef allerlei soorten gedichten, maar in de loop van zijn dichterschap namen ze steeds vaker deze vorm aan: een portret, meestal van iets uit de natuur, scherp gezien, strak geformuleerd, kort tot heel kort. Voor de lange baan was Van Geel duidelijk niet geschikt. In die korte gedichten diende hij niet een kant en klare waarheid op, maar meestal een beeld, of een uitzicht, waar hij zelf ook als een buitenstaander naar kon kijken. Hij dichtte niet om zich uit te drukken, maar om zichzelf terug te vinden in wat hij zag. Via het kijken kwam hij zijn eigen gevoelens en inzichten op het spoor – zo werkte het ongeveer. In zulke portretten zit vaak de nodige deernis en droefenis, bij het zien van dieren in de verdrukking, benauwde struiken, een gevelde boom. Neem deze in een web gevangen vlieg: VLIEG Een web, hij trekt de draad als deken om zich heen en slaapt het rag vol dauw, gevangen edelsteen. Hij zweet, hij smeedt z...
. “Hij vond me vaak vreselijk lui ”, vertelde Elly de Waard over Chris van Geel, in een interview met Bibeb. De Waard leefde twaalf jaar met hem samen, van december 1962 tot aan zijn dood, in maart 1974. “Maar ik heb me altijd verdedigd. Ik zei dat ik een tijdlang stil zitten en nadenken nodig heb.” Daar had Van Geel geen tijd en geen geduld voor, merkte ze: “Hij had zelf dat calvinistische: ‘Geen tijd verspillen. Opschieten, het graf gaapt ’, zei hij vaak.” Van Geel, geboren in 1917, was drieëntwintig jaar ouder dan De Waard. Hij had het gevoel in zijn jeugd veel tijd verdaan te hebben. In de oorlog, die begon toen hij tweeëntwintig was, had hij veel tijd verloren, net als zijn generatiegenoten. En hij was laat begonnen met het publiceren van gedichten. Zijn eerste bundel, Spinroc en andere verzen , verscheen pas toen hij veertig was. Het valt te begrijpen dat hij, toen hij dan eenmaal goed op gang gekomen was, het gevoel kreeg zich te moeten...