. In een van de ordners waarin Chris van Geel zijn gedichten uit de jaren 1971 en 1972 verzamelde, vinden we dit nooit eerder gepubliceerde gedicht: ETALAGICA Hoe ook bevestigd aan een speld, een draad die niet te zien is, hoe het in zijn werk ook moge gaan, het moet onder de ogen door ramen zichtbaar zonder te ademen blijven staan, rechtop al zou ’t kristal zijn, glazen tot de top. De titel, ‘Etalagica’, is een nieuw woord, maar niet heel moeilijk te begrijpen. Iedereen weet wat een etalage is. Het achtervoegsel -ica wordt in het Nederlands vaak gebruikt om een wetenschap, of een stelsel van regels mee aan te duiden, zoals in ‘informatica’, ‘ethica’ of ‘logica’. Met ‘etalagica’ moet hier dus zoiets bedoeld zijn als etalagewetenschap, de leer of de kunst van het inrichten van etalages. Een van de eerste geboden uit het leerboek voor etaleurs is dat het tentoongestelde rechtop moet blijven staan, zo zegt het gedicht. Oo...
. In 1947 kreeg Chris van Geel, samen met nog vijf andere schilders, de Koninklijke Subsidie voor Vrije Schilderkunst. Dat was, en is nog steeds, een aanmoedigingsprijs, bedoeld voor beeldend kunstenaars tot vijfendertig jaar. De prijs, in 1871 al ingesteld door koning Willem III, wordt elk jaar uitgereikt in het Paleis op de Dam in Amsterdam, door de koning of koningin. In zijn prozastukje ‘Mijn relaties tot het koninklijk huis’ ( Barbarber , september 1968) herinnerde Van Geel zich later hoe hij in het najaar van 1947 “in de prachtige Burgerzaal voorgesteld werd aan H.M.”. H.M., Hare Majesteit, was niet de regerende vorstin Wilhelmina, die toen tijdelijk het koninklijk gezag had neergelegd, maar haar dochter Juliana, die haar moeder officieel pas zou opvolgen op 4 september 1948. Van de ontvangst in het Paleis herinnerde Van Geel zich ook nog dat Hare Majesteit “aan ons, schilders, de vraag [stelde] hoe de toekomst van de kunst zou zijn.” Het is, zou men kunnen zeggen, een boei...