. Chris van Geel schreef allerlei soorten gedichten, maar in de loop van zijn dichterschap namen ze steeds vaker deze vorm aan: een portret, meestal van iets uit de natuur, scherp gezien, strak geformuleerd, kort tot heel kort. Voor de lange baan was Van Geel duidelijk niet geschikt. In die korte gedichten diende hij niet een kant en klare waarheid op, maar meestal een beeld, of een uitzicht, waar hij zelf ook als een buitenstaander naar kon kijken. Hij dichtte niet om zich uit te drukken, maar om zichzelf terug te vinden in wat hij zag. Via het kijken kwam hij zijn eigen gevoelens en inzichten op het spoor – zo werkte het ongeveer. In zulke portretten zit vaak de nodige deernis en droefenis, bij het zien van dieren in de verdrukking, benauwde struiken, een gevelde boom. Neem deze in een web gevangen vlieg: VLIEG Een web, hij trekt de draad als deken om zich heen en slaapt het rag vol dauw, gevangen edelsteen. Hij zweet, hij smeedt z...
Over en van de dichter Chr.J. van Geel — door Guus Middag