. In Spinroc en andere verzen (1958), de debuutbundel van Chris van Geel, staat een voor zijn doen nogal lang gedicht, van vijftien regels, verdeeld over drie strofen, in een voor zijn doen weinig compacte, spreektalige stijl: LENTE ’57 Voor wat het mooie weer verstoort, het ritselen van dorre bladeren, de wind, de grijze veren aan de horizon, ben ik een stal met open deuren om in te rijden, uit te rijden, het nadenken een bergplaats. Voor zon heb ik geen oog, zij laat mij koud, zij klimt onhandelbaar en speelt haar sluiers eindeloos. ...
Over en van de dichter Chr.J. van Geel — door Guus Middag