.
Eind december 1962 kwam Elly de Waard in het leven van Chris van Geel. “De komst van Elly de Waard betekende wel enige modernisering”, schreef J.P. Guépin later in zijn ‘levensbericht’ van Van Geel. Om te beginnen kreeg de dichter, die tot dan toe een echte brievenschrijver was, nu telefoon. Uit de correspondentie tussen Van Geel en Judith Herzberg valt op te maken dat de aansluiting ergens tussen eind mei en begin juni 1963 plaatsgevonden moet hebben. In die dagen bereikte haar het bericht dat hij telefoon had gekregen – per brief, of zou hij haar zelf gebeld hebben? In ieder geval schrok Herzberg van dit nieuws, zo meldde zij hem (per brief, 9 juni 1963): “Lieve Chris, ik kreeg de schrik: krijg ik nu nooit meer een brief van je?”
Het nieuws vervulde haar met enige weemoed: “Je had zo iets mooi onstoorbaars.” En zij maakte zich zorgen over de gevolgen: “Nu veranderen je gedichten zeker ook.” Maar Van Geel stelde haar al snel daarna gerust, op 14 juni 1963, in een ouderwetse brief op ouderwets papier: “Zou die telefoon tot in m’n gedichten gaan spoken en briefjes vervangen? Dat wil ik niet.” En dat is ook niet gebeurd. Van Geels brievenstroom nam na de komst van de telefoon niet af. En ook heeft niemand kunnen aantonen dat zijn gedichten sindsdien veranderd zijn.
Intussen was er met het toestel wel een nieuw instrument het huis binnengekomen waarop iemand zijn woede kon botvieren. Elly de Waard vertelde in haar interview met Bibeb (Vrij Nederland, 23 september 1978) dat Van Geel en zij van tijd tot tijd “geweldige ruzies” hadden. “Op die momenten was ik hem scheldend verbaal de baas.” [cursivering van Bibeb] Maar Van Geel was in zijn woedeaanvallen dan weer op andere gebieden haar de baas. “Hij smeet dingen kapot. Een keer een erg mooie suikerpot, die ik dan weer snikkend zat te lijmen. De telefoon… hoe vaak dat ding waardoor je luistert er uithing… en ik maar weer zeggen tegen de man van de PTT: ‘Het toestel is gevallen.’”
Tegen deze achtergrond is het wel begrijpelijk dat Van Geel fantaseerde over een telefoontoestel dat zo zwaar was dat er niet meer mee gegooid kon worden. Dit is een nagelaten notitie, nooit gepubliceerd, ongedateerd, vermoedelijk uit de jaren 1971-1972:
ONBREEKBAAR
Een bakstenen telefoontoestel
Eind december 1962 kwam Elly de Waard in het leven van Chris van Geel. “De komst van Elly de Waard betekende wel enige modernisering”, schreef J.P. Guépin later in zijn ‘levensbericht’ van Van Geel. Om te beginnen kreeg de dichter, die tot dan toe een echte brievenschrijver was, nu telefoon. Uit de correspondentie tussen Van Geel en Judith Herzberg valt op te maken dat de aansluiting ergens tussen eind mei en begin juni 1963 plaatsgevonden moet hebben. In die dagen bereikte haar het bericht dat hij telefoon had gekregen – per brief, of zou hij haar zelf gebeld hebben? In ieder geval schrok Herzberg van dit nieuws, zo meldde zij hem (per brief, 9 juni 1963): “Lieve Chris, ik kreeg de schrik: krijg ik nu nooit meer een brief van je?”
Het nieuws vervulde haar met enige weemoed: “Je had zo iets mooi onstoorbaars.” En zij maakte zich zorgen over de gevolgen: “Nu veranderen je gedichten zeker ook.” Maar Van Geel stelde haar al snel daarna gerust, op 14 juni 1963, in een ouderwetse brief op ouderwets papier: “Zou die telefoon tot in m’n gedichten gaan spoken en briefjes vervangen? Dat wil ik niet.” En dat is ook niet gebeurd. Van Geels brievenstroom nam na de komst van de telefoon niet af. En ook heeft niemand kunnen aantonen dat zijn gedichten sindsdien veranderd zijn.
Intussen was er met het toestel wel een nieuw instrument het huis binnengekomen waarop iemand zijn woede kon botvieren. Elly de Waard vertelde in haar interview met Bibeb (Vrij Nederland, 23 september 1978) dat Van Geel en zij van tijd tot tijd “geweldige ruzies” hadden. “Op die momenten was ik hem scheldend verbaal de baas.” [cursivering van Bibeb] Maar Van Geel was in zijn woedeaanvallen dan weer op andere gebieden haar de baas. “Hij smeet dingen kapot. Een keer een erg mooie suikerpot, die ik dan weer snikkend zat te lijmen. De telefoon… hoe vaak dat ding waardoor je luistert er uithing… en ik maar weer zeggen tegen de man van de PTT: ‘Het toestel is gevallen.’”
Tegen deze achtergrond is het wel begrijpelijk dat Van Geel fantaseerde over een telefoontoestel dat zo zwaar was dat er niet meer mee gegooid kon worden. Dit is een nagelaten notitie, nooit gepubliceerd, ongedateerd, vermoedelijk uit de jaren 1971-1972:
ONBREEKBAAR
Een bakstenen telefoontoestel

Reacties
Een reactie posten