Doorgaan naar hoofdcontent

Non

.
Dit is een kort gedicht van Chris van Geel, over een non, in nonnengewaad, gezien in de trein. Het komt uit zijn debuutbundel Spinroc en andere verzen (1958), dus het speelt zich af in de jaren vijftig van de vorige eeuw:

       NON IN DE TREIN

       Een non zit in een hoek bebrild
       uit Goliaths manchet te zien.
       Zij denkt aan God zo ongewild
       als mannen aan een naakt misschien.

Simon Vestdijk rekende het (in zijn bespreking in De Gids, november 1958) tot een van de “voluit geslaagde gedichten” uit de bundel. Hij noemde het een “waarlijk overrompelend” gedicht, en dan vooral vanwege het beeld in de tweede regel.
       Goliath is bekend uit het Bijbelverhaal over David en Goliath, in 1 Samuël 17. Hij was “een kampvechter, uit het leger der Filistijnen”, en “zijn hoogte was zes ellen en een span”. Dat is meer dan 2,85 meter, zegt het Wikipedia-lemma over hem, al lees ik daar ook dat er andere bronnen zijn die een lengte noemen van “vier ellen en een span”, wat overeen zou komen met iets meer dan 2,05 meter. Hoe dan ook, – hij moet een reusachtige verschijning zijn geweest, en zijn denkbeeldige manchet dienovereenkomstig groot. Zo groot dat hij gemakkelijk vergeleken zou kunnen worden met de witte cilindervormige kap waardoor een non, al dan niet bebrild, de wereld in kijkt.
       Vestdijk was er enthousiast over: “De non met de manchet van Goliath (…) is een vondst waar men minuten mee zoet kan zijn. Onvermoede afgronden, mysterieuze associaties dienen zich hier aan, al was mijn eerste associatie: Delila, helaas foutief. Ik dacht namelijk aan Simson, niet aan Goliath. Maar wie weet, dacht ook Van Geel aan Simson. Er was niets dat hem dit belette.”
        Ook Kees Verheul was zeer te spreken over “dit linguïstische vignetje”, zoals hij het noemde in een artikel over Van Geel (in november 1975, in De Revisor). Niet alleen vanwege het beeld in de tweede regel: “Na de eerste twee regels vermoed je dat de rest wel opvulsel zal worden – een ruimte om bij te komen van de beeldspraak waardoor de non voor de ogen van de toeschouwer plotseling vervreemd en verkleind uit haar boord zit te kijken. Maar dan volgt, in het tweede regelpaar, nog een inval die het op zijn manier tegen de vorige op kan nemen.”
       Een non zal altijd wel, zonder het te willen misschien, aan God denken. Dat is het eerste cliché. En mannen zullen altijd wel, misschien ook wel zonder het te willen, aan een naakt denken. Dat is het tweede cliché. Door ze droog achter elkaar te zetten gaan ze vanzelf een verbinding aan. Zo werkt poëzie, of dan toch in ieder geval: zo werkt poëzie in de geest van een surrealist. Het effect: de mannelijke lezer gaat fantaseren over hoe de non er naakt uit zal zien. Ongewild.


Reacties

Populaire posts van deze blog

Lente

. In  Spinroc en andere verzen  (1958), de debuutbundel van Chris van Geel, staat een voor zijn doen nogal lang gedicht, van vijftien regels, verdeeld over drie strofen, in een voor zijn doen weinig compacte, spreektalige stijl:        LENTE ’57        Voor wat het mooie weer verstoort,        het ritselen van dorre bladeren, de wind,        de grijze veren aan de horizon,        ben ik een stal met open deuren        om in te rijden, uit te rijden,        het nadenken een bergplaats.        Voor zon heb ik geen oog,        zij laat mij koud, zij klimt onhandelbaar        en speelt haar sluiers eindeloos.   ...

Het graf gaapt

. “Hij vond me vaak vreselijk lui ”, vertelde Elly de Waard over Chris van Geel, in een interview met Bibeb. De Waard leefde twaalf jaar met hem samen, van december 1962 tot aan zijn dood, in maart 1974. “Maar ik heb me altijd verdedigd. Ik zei dat ik een tijdlang stil zitten en nadenken nodig heb.” Daar had Van Geel geen tijd en geen geduld voor, merkte ze: “Hij had zelf dat calvinistische: ‘Geen tijd verspillen. Opschieten, het graf gaapt ’, zei hij vaak.”        Van Geel, geboren in 1917, was drieëntwintig jaar ouder dan De Waard. Hij had het gevoel in zijn jeugd veel tijd verdaan te hebben. In de oorlog, die begon toen hij tweeëntwintig was, had hij veel tijd verloren, net als zijn generatiegenoten. En hij was laat begonnen met het publiceren van gedichten. Zijn eerste bundel, Spinroc en andere verzen , verscheen pas toen hij veertig was. Het valt te begrijpen dat hij, toen hij dan eenmaal goed op gang gekomen was, het gevoel kreeg zich te moeten...

Gandhi

. In zijn column van afgelopen maandag op de opiniepagina van NRC haalde Stephan Sanders een gesprekje aan tussen een journalist en Mahatma Gandhi (1869-1948). Gandhi was, kort gezegd, de man die Brits-Indië voorging in de geweldloze bevrijding van de koloniale bezetter. In 1947 werd India onafhankelijk. Gandhi had zo zijn gedachten over de cultuur van de westerlingen, zoals blijkt uit dit korte gesprek:        – En wat denkt u van de westerse beschaving?        – Ik denk dat het een goed idee zou zijn. De kenner van het werk van Chr.J. van Geel zal dit citaat bekend voorkomen. In januari 1968 nam Barbarber deze tekst van hem op:        INTERVIEW MET GANDI        – Wat denkt u van de europese kultuur?        – Een goed idee. Van Geel zal het ergens in een krant of tijdschrift zijn tegengekomen en hij z...