Doorgaan naar hoofdcontent

Poëzie

.
Wat is poëzie? In een kort tekstje (‘Klein licht op de reddende schoonheid’) in Barbarber, september 1969, gaf Van Geel drie verschillende antwoorden.

“Poëzie is verdrinken en er niet genoeg van krijgen”

Dat was het eerste antwoord. Of:

“[Poëzie is] in rust herinnerde ontroering”

Dat was het tweede antwoord. Of:

“[Poëzie is] een stoplicht dat men maar één keer passeert”

Dat was het derde antwoord.

En daarna, na een witregel, liet hij deze vraag volgen: “Waar lijkt dit toch op?” – alsof hij wilde zeggen: je kunt poëzie niet goed definiëren, je kunt er alleen omschrijvenderwijs over spreken, met vergelijkingen – vermoedelijk wel met meer dan drie.


(Bewerking van ‘Poëzie’, in ‘Van Geel Alfabet’, Hollands Maandblad, augustus-september 2023)


Beeld: Unsplash

Reacties

  1. Beetje willekeurig in elkaar gezet, dit blog! Ik zou de lezer bij deze willen wijzen op de website www.chrisvangeel.nl en die van mij www.ellydewaard.nl, allebei met veel echt nieuws over Van Geel.

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten

Populaire posts van deze blog

Lente

. In  Spinroc en andere verzen  (1958), de debuutbundel van Chris van Geel, staat een voor zijn doen nogal lang gedicht, van vijftien regels, verdeeld over drie strofen, in een voor zijn doen weinig compacte, spreektalige stijl:        LENTE ’57        Voor wat het mooie weer verstoort,        het ritselen van dorre bladeren, de wind,        de grijze veren aan de horizon,        ben ik een stal met open deuren        om in te rijden, uit te rijden,        het nadenken een bergplaats.        Voor zon heb ik geen oog,        zij laat mij koud, zij klimt onhandelbaar        en speelt haar sluiers eindeloos.   ...

Het graf gaapt

. “Hij vond me vaak vreselijk lui ”, vertelde Elly de Waard over Chris van Geel, in een interview met Bibeb. De Waard leefde twaalf jaar met hem samen, van december 1962 tot aan zijn dood, in maart 1974. “Maar ik heb me altijd verdedigd. Ik zei dat ik een tijdlang stil zitten en nadenken nodig heb.” Daar had Van Geel geen tijd en geen geduld voor, merkte ze: “Hij had zelf dat calvinistische: ‘Geen tijd verspillen. Opschieten, het graf gaapt ’, zei hij vaak.”        Van Geel, geboren in 1917, was drieëntwintig jaar ouder dan De Waard. Hij had het gevoel in zijn jeugd veel tijd verdaan te hebben. In de oorlog, die begon toen hij tweeëntwintig was, had hij veel tijd verloren, net als zijn generatiegenoten. En hij was laat begonnen met het publiceren van gedichten. Zijn eerste bundel, Spinroc en andere verzen , verscheen pas toen hij veertig was. Het valt te begrijpen dat hij, toen hij dan eenmaal goed op gang gekomen was, het gevoel kreeg zich te moeten...

Edelsteen

. Chris van Geel schreef allerlei soorten gedichten, maar in de loop van zijn dichterschap namen ze steeds vaker deze vorm aan: een portret, meestal van iets uit de natuur, scherp gezien, strak geformuleerd, kort tot heel kort. Voor de lange baan was Van Geel duidelijk niet geschikt. In die korte gedichten diende hij niet een kant en klare waarheid op, maar meestal een beeld, of een uitzicht, waar hij zelf ook als een buitenstaander naar kon kijken. Hij dichtte niet om zich uit te drukken, maar om zichzelf terug te vinden in wat hij zag. Via het kijken kwam hij zijn eigen gevoelens en inzichten op het spoor – zo werkte het ongeveer.        In zulke portretten zit vaak de nodige deernis en droefenis, bij het zien van dieren in de verdrukking, benauwde struiken, een gevelde boom. Neem deze in een web gevangen vlieg: VLIEG Een web, hij trekt de draad als deken om zich heen en slaapt het rag vol dauw, gevangen edelsteen. Hij zweet, hij smeedt z...