Doorgaan naar hoofdcontent

Kikker

.
Dichteres Elisabeth Eybers (1915-2007) hoefde in Zuid-Afrika niet lang te wachten op erkenning. Haar poëzie werd meteen uitgegeven, haar bundels volgden elkaar snel op en in 1945 kreeg ze al de belangrijke Herzogprijs. “Ik heb zelfs het gevoel gehad dat het een beetje te makkelijk kwam”, zei ze in een interview met Tomas Lieske en Willem Jan Otten (in 1990, in Tirade). “Je gaat het een beetje wantrouwen, want ik heb me natuurlijk toch gemeten aan grotere figuren en dan denk je: ja ja, Zuid-Afrika, daar ben ik een grote kikker in een klein vijvertje.”
       Grappig gezegd. Is het een bestaande uitdrukking? Nooit eerder gehoord. Niet in Van Dale te vinden, ook niet in het Woordenboek der Nederlandsche Taal, als ik tenminste goed heb gezocht – maar de betekenis is meteen duidelijk.
       Hoeveel grote kikkers zouden er in een klein vijvertje passen? Dat hangt natuurlijk af van de omvang van het vijvertje – en van die van de kikker. In NRC Handelsblad van 8 januari 1971 verscheen dit gedicht van Chris van Geel:

       GROTE KIKKER, KLEINE VIJVER

       Als het water naast de vijver ligt
       zit de kikker in de vijver.


(Bewerking van ‘Kikker’, in ‘Het Van Geel Alfabet. Tweede supplement’, Tirade 384, mei 2000)

• Elisabeth Eybers

Reacties

Populaire posts van deze blog

Lente

. In  Spinroc en andere verzen  (1958), de debuutbundel van Chris van Geel, staat een voor zijn doen nogal lang gedicht, van vijftien regels, verdeeld over drie strofen, in een voor zijn doen weinig compacte, spreektalige stijl:        LENTE ’57        Voor wat het mooie weer verstoort,        het ritselen van dorre bladeren, de wind,        de grijze veren aan de horizon,        ben ik een stal met open deuren        om in te rijden, uit te rijden,        het nadenken een bergplaats.        Voor zon heb ik geen oog,        zij laat mij koud, zij klimt onhandelbaar        en speelt haar sluiers eindeloos.   ...

Gandhi

. In zijn column van afgelopen maandag op de opiniepagina van NRC haalde Stephan Sanders een gesprekje aan tussen een journalist en Mahatma Gandhi (1869-1948). Gandhi was, kort gezegd, de man die Brits-Indië voorging in de geweldloze bevrijding van de koloniale bezetter. In 1947 werd India onafhankelijk. Gandhi had zo zijn gedachten over de cultuur van de westerlingen, zoals blijkt uit dit korte gesprek:        – En wat denkt u van de westerse beschaving?        – Ik denk dat het een goed idee zou zijn. De kenner van het werk van Chr.J. van Geel zal dit citaat bekend voorkomen. In januari 1968 nam Barbarber deze tekst van hem op:        INTERVIEW MET GANDI        – Wat denkt u van de europese kultuur?        – Een goed idee. Van Geel zal het ergens in een krant of tijdschrift zijn tegengekomen en hij z...

Krispijn

. De dichter Chr.J. van Geel was al 41 jaar oud toen hij, in 1958, debuteerde, met een dikke bundel: Spinroc en andere verzen , 148 pagina’s. In de jaren daarvoor had hij al veel gedichten geschreven, maar zonder daarvan iets te publiceren. Van Geel was erg kritisch op zichzelf, en onzeker – wat in dit geval vermoedelijk wel hetzelfde is. Hij kon erg goed twijfelen.        Zijn vriend Enno Endt en zijn levensgezel Thérèse Cornips stelden in 1955 daarom, zonder dat hij het wist, een strenge bloemlezing samen uit alle gedichten die zij op dat moment voorgelegd hadden gekregen: 78 gedichten die zij goed genoeg vonden voor publicatie en waarvan zij dachten dat Van Geel dat eigenlijk ook wel vond. Enno Endt schreef ze allemaal met de hand over in twee schoolschriften. De titel voor deze stiekem uitgekozen gedichten was Roofdruk , de vakterm voor een uitgave waarvan de auteur geen weet heeft. Ze legden de twee schriften voor aan enkele uitgevers, maar het k...