.
De derde afdeling in de bundel Het zinrijk (1971) heet ‘Uit de slaap gered’. Ze bestaat uit tweeënveertig gedichten. De meeste daarvan zijn kort, maar dat geldt voor de meeste gedichten van Van Geel. Ze liggen, zoals de titel al aangeeft, dicht bij de droom, de slaap en de halfslaap, maar ook dat geldt voor de meeste gedichten van Van Geel. Hooguit kun je zeggen dat de surrealistische inslag hier wat hoger is dan gemiddeld: grilliger en fragmentarischer, meer rare raadselachtige beelden en dichterlijke nieuwvormingen. Dit is een van die gedichten:
BINNENBORST
Borstplaat ben ik van een grote laagheid,
heb je ’t ooit zo zoet geproefd?
Dichters zijn meer dan gemiddeld geïntrigeerd door woorden en staan soms langer stil bij een woord. Dit gedicht zou wel eens ontstaan kunnen zijn doordat Van Geel gefrappeerd werd door het merkwaardige woord ‘borstplaat’. Een borstplaat is een metalen plaat ter bescherming van de borst, maar de meeste mensen zullen het kennen in een heel andere betekenis: als de naam voor een erg zoete lekkernij, gemaakt van in water of melk gekookte suiker, met toevoeging van smaakstoffen zoals vanille of cacao. Dit suikergoed wordt in platte vormen gegoten, zodat er een plaat ontstaat. Oorspronkelijk werd het als geneesmiddel aangewend: “als borstverlichting, dus als medicijn tegen het hoesten”.
Via de borst en de borstplaat zal zich mogelijk bij Van Geel het woord ‘inborst’ hebben aangediend, waarmee de innerlijke geaardheid, het karakter, het gemoed wordt aangeduid. Die inborst bevindt zich binnenin de borstkas, in de buurt van het hart, waar ook ergens de ziel zich ophoudt. Je zou ook, zoals de titel van het gedicht aangeeft, van een ‘binnenborst’ kunnen spreken.
Hoe zou zo’n binnenborst eruitzien? Misschien wel als een platte plaat, een borstplaat. Van Geel zal het een aardig idee hebben gevonden om zich voor te stellen dat iemand (of hijzelf) van binnen zo’n borstplaat was, een suikerbeest, een en al zoetigheid. Maar zo zoetjes kan niemand zijn, dat weet iedereen (in ieder geval iedere surrealist). “Heb je ’t ooit zo zoet geproefd?” is een retorische vraag, een variant op de uitdrukking “heb je ’t ooit zo zout gegeten?” Het antwoord moet wel zijn: nee.
Deze spreker weet dat hij een borstplaat is “van een grote laagheid”. Daarmee is verwezen naar de vorm van het suikerkoekje (plat, laag), maar meteen ook naar die andere betekenis van “laag”: gemeen, slecht, verachtelijk.
‘Binnenborst’ is een van de korte gedichten die op de zeef van het halfbewuste, automatisch associërende brein is blijven liggen. “Uit de slaap gered.” Dat is mooi, maar is het daarmee ook goed genoeg om in een bundel opgenomen te worden? Ik vind in dit geval van wel. Maar Wies Roosenschoon ergerde zich eraan, in een artikel in Tirade (april 1972). Zij zag in Het zinrijk te veel voorbeelden waarin “te schaars materiaal tot poëzie wordt uitgeroepen.” Een tekstje als ‘Binnenborst’ kon zij “niet eens meer gekunsteld” noemen. Het is een voorbeeld van “spel met de taal om zichzelfs wil”, een van de vele gevallen van “on-zinrijkheid” in de bundel Het zinrijk.
De derde afdeling in de bundel Het zinrijk (1971) heet ‘Uit de slaap gered’. Ze bestaat uit tweeënveertig gedichten. De meeste daarvan zijn kort, maar dat geldt voor de meeste gedichten van Van Geel. Ze liggen, zoals de titel al aangeeft, dicht bij de droom, de slaap en de halfslaap, maar ook dat geldt voor de meeste gedichten van Van Geel. Hooguit kun je zeggen dat de surrealistische inslag hier wat hoger is dan gemiddeld: grilliger en fragmentarischer, meer rare raadselachtige beelden en dichterlijke nieuwvormingen. Dit is een van die gedichten:
BINNENBORST
Borstplaat ben ik van een grote laagheid,
heb je ’t ooit zo zoet geproefd?
Dichters zijn meer dan gemiddeld geïntrigeerd door woorden en staan soms langer stil bij een woord. Dit gedicht zou wel eens ontstaan kunnen zijn doordat Van Geel gefrappeerd werd door het merkwaardige woord ‘borstplaat’. Een borstplaat is een metalen plaat ter bescherming van de borst, maar de meeste mensen zullen het kennen in een heel andere betekenis: als de naam voor een erg zoete lekkernij, gemaakt van in water of melk gekookte suiker, met toevoeging van smaakstoffen zoals vanille of cacao. Dit suikergoed wordt in platte vormen gegoten, zodat er een plaat ontstaat. Oorspronkelijk werd het als geneesmiddel aangewend: “als borstverlichting, dus als medicijn tegen het hoesten”.
Via de borst en de borstplaat zal zich mogelijk bij Van Geel het woord ‘inborst’ hebben aangediend, waarmee de innerlijke geaardheid, het karakter, het gemoed wordt aangeduid. Die inborst bevindt zich binnenin de borstkas, in de buurt van het hart, waar ook ergens de ziel zich ophoudt. Je zou ook, zoals de titel van het gedicht aangeeft, van een ‘binnenborst’ kunnen spreken.
Hoe zou zo’n binnenborst eruitzien? Misschien wel als een platte plaat, een borstplaat. Van Geel zal het een aardig idee hebben gevonden om zich voor te stellen dat iemand (of hijzelf) van binnen zo’n borstplaat was, een suikerbeest, een en al zoetigheid. Maar zo zoetjes kan niemand zijn, dat weet iedereen (in ieder geval iedere surrealist). “Heb je ’t ooit zo zoet geproefd?” is een retorische vraag, een variant op de uitdrukking “heb je ’t ooit zo zout gegeten?” Het antwoord moet wel zijn: nee.
Deze spreker weet dat hij een borstplaat is “van een grote laagheid”. Daarmee is verwezen naar de vorm van het suikerkoekje (plat, laag), maar meteen ook naar die andere betekenis van “laag”: gemeen, slecht, verachtelijk.
‘Binnenborst’ is een van de korte gedichten die op de zeef van het halfbewuste, automatisch associërende brein is blijven liggen. “Uit de slaap gered.” Dat is mooi, maar is het daarmee ook goed genoeg om in een bundel opgenomen te worden? Ik vind in dit geval van wel. Maar Wies Roosenschoon ergerde zich eraan, in een artikel in Tirade (april 1972). Zij zag in Het zinrijk te veel voorbeelden waarin “te schaars materiaal tot poëzie wordt uitgeroepen.” Een tekstje als ‘Binnenborst’ kon zij “niet eens meer gekunsteld” noemen. Het is een voorbeeld van “spel met de taal om zichzelfs wil”, een van de vele gevallen van “on-zinrijkheid” in de bundel Het zinrijk.

Reacties
Een reactie posten