Doorgaan naar hoofdcontent

Versailles

.
Het woordenboek kent het woord ‘klimduin’ niet, maar iedereen zal meteen snappen wat ermee wordt bedoeld: een steil duin waar je lekker tegenop kan klimmen. Het klimduin in Schoorl is een van de bekendste, maar ook het dorp Groet heeft er een, op de plek waar de Wagenmakersweg uitkomt op het duin. Dat is dicht bij de plek (op zo’n 250 meter) waar Chris van Geel woonde tot 1972: Achterweg 17.
       Vermoedelijk is dit het klimduin dat hij beschrijft in het onderstaande gedicht. Het werd opgenomen in het tijdschrift Tirade van maart 1970, maar nooit gebundeld.

       KLIMDUIN

       De dag breekt aan, kou uit een open ijskast:
       een lap los zand tussen dor hakhout ingeklemd
       onder de lucht die leger is van diepte
       nu het gezichtsveld vol met wit zand is doortrapt.

       Een trap, een voor de vorst te hoge tuintrap in
       een onontgonnen en barbaars Versailles van
       geen enkele tree voorzien.

Het is een dageraadsgedicht, een gedicht bij het begin van een nieuwe dag. Bij sommige dichters kan dat vreugde en verrukking oproepen, zoals bij Herman Gorter: “De dag gaat open als een gouden roos”. Maar hier niet. Hier gaat de dag niet open als een gouden roos, maar als een ijskast waar ijskoude lucht uitkomt. Ook het vervolg stemt niet erg vrolijk. De lucht is leeg, er is geen uitzicht, alleen maar een strook wit zand, met aan beide kanten dor hakhout.
       Dat witte zand is ‘doortrapt’. Dat zal een verwijzing zijn naar de vele voetstappen van de vele duinbezoekers die hier omhoog geklommen zijn en zo het witte duinzand letterlijk hebben ‘door-trapt’, los-gelopen, los-gewoeld.
       Het woord ‘doortrapt’ heeft in het Nederlands normaal alleen een figuurlijke betekenis: “zeer bedreven in het kwaad of het kwaad-doen”, zegt Van Dale, met als synoniemen ‘gemeen’, ‘geraffineerd’, ‘listig’, ‘sluw’. Die betekenis speelt hier niet mee, al draagt de negatieve bijklank wel bij aan het mistroostige beeld dat Van Geel geeft van het koude en verlaten klimduin. Het staat er niet met zoveel woorden, maar “nu het gezichtsveld vol met wit zand is doortrapt” leest bijna als: nu mijn uitzicht door al dat losgetrapte zand is verpest.
       Het woord ‘doortrapt’ zal hem min of meer vanzelf het woord ‘trap’ hebben ingegeven, en daarmee het volgende beeld. Het van onderen brede, naar boven smaller toelopende klimduin roept het beeld op van een trap. Meer in het bijzonder: van een brede, naar beneden breed uitwaaierende kasteeltrap, zoals bijvoorbeeld die van het Paleis van Versailles.
       Zo’n soort tuintrap is deze duintrap ook – maar dan zonder het bijbehorende kasteel. En zonder de bijbehorende kasteelgebouwen. En zonder de bijbehorende uitgestrekte prachtige kasteeltuinen eromheen. De trap zelf is welbeschouwd ook weinig koninklijk. Hij is te steil en te hoog voor een vorst, en hij bevat bovendien geen treden (“hij is van geen enkele tree voorzien”), alleen maar wat losgetrapt zand.
       Het lijkt op deze koude ochtend misschien op Versailles, maar dan is het wel “een onontgonnen en barbaars Versailles”. Dat is een ingewikkelde, maar ook wel weer geestige manier om te zeggen: het lijkt hier helemaal niet op Versailles. Waar lijkt het dan wel op? Het klimduin is beter omschreven met dit beeld uit het begin van het gedicht: “een lap los zand”.

• Gezicht vanuit de Orangerie op de trap met de honderd treden bij het kasteel van Versailles, ongeveer 1695, toegeschreven aan Jean-Baptiste Martin (de oudere) (1659-1735).

Reacties

  1. Mooie tekstverklaring bij het gedicht Klimduin.
    Dit gedicht is overigens opgenomen in de bundel Een barbaars Versailles (Stichting Chr. J. van Geel, 1980).

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten

Populaire posts van deze blog

Krispijn

. De dichter Chr.J. van Geel was al 41 jaar oud toen hij, in 1958, debuteerde, met een dikke bundel: Spinroc en andere verzen , 148 pagina’s. In de jaren daarvoor had hij al veel gedichten geschreven, maar zonder daarvan iets te publiceren. Van Geel was erg kritisch op zichzelf, en onzeker – wat in dit geval vermoedelijk wel hetzelfde is. Hij kon erg goed twijfelen.        Zijn vriend Enno Endt en zijn levensgezel Thérèse Cornips stelden in 1955 daarom, zonder dat hij het wist, een strenge bloemlezing samen uit alle gedichten die zij op dat moment voorgelegd hadden gekregen: 78 gedichten die zij goed genoeg vonden voor publicatie en waarvan zij dachten dat Van Geel dat eigenlijk ook wel vond. Enno Endt schreef ze allemaal met de hand over in twee schoolschriften. De titel voor deze stiekem uitgekozen gedichten was Roofdruk , de vakterm voor een uitgave waarvan de auteur geen weet heeft. Ze legden de twee schriften voor aan enkele uitgevers, maar het k...

Gandhi

. In zijn column van afgelopen maandag op de opiniepagina van NRC haalde Stephan Sanders een gesprekje aan tussen een journalist en Mahatma Gandhi (1869-1948). Gandhi was, kort gezegd, de man die Brits-Indië voorging in de geweldloze bevrijding van de koloniale bezetter. In 1947 werd India onafhankelijk. Gandhi had zo zijn gedachten over de cultuur van de westerlingen, zoals blijkt uit dit korte gesprek:        – En wat denkt u van de westerse beschaving?        – Ik denk dat het een goed idee zou zijn. De kenner van het werk van Chr.J. van Geel zal dit citaat bekend voorkomen. In januari 1968 nam Barbarber deze tekst van hem op:        INTERVIEW MET GANDI        – Wat denkt u van de europese kultuur?        – Een goed idee. Van Geel zal het ergens in een krant of tijdschrift zijn tegengekomen en hij z...

Lente

. In  Spinroc en andere verzen  (1958), de debuutbundel van Chris van Geel, staat een voor zijn doen nogal lang gedicht, van vijftien regels, verdeeld over drie strofen, in een voor zijn doen weinig compacte, spreektalige stijl:        LENTE ’57        Voor wat het mooie weer verstoort,        het ritselen van dorre bladeren, de wind,        de grijze veren aan de horizon,        ben ik een stal met open deuren        om in te rijden, uit te rijden,        het nadenken een bergplaats.        Voor zon heb ik geen oog,        zij laat mij koud, zij klimt onhandelbaar        en speelt haar sluiers eindeloos.   ...