.
Chris van Geel was “een ongelooflijk bijzonder persoon”, vertelde Thérèse Cornips, in haar boek met herinneringen aan de dichter met wie ze tien jaar lang samenleefde, in Groet, tussen 1952 en 1962. Hij was in alles “een leuke geest”, en “alles wat hij zei was bijzonder.”
Zo beschreef ze hem: “Hij was voor geen gat te vangen, op geen enkele wijze; clichés waren hem helemaal vreemd.” Als voorbeeld van zijn originele gedrag vertelde ze het verhaal over het vliegje in het oor van Van Geel:
“We gingen een keer naar de fietsenmaker in Catrijp, helemaal aan het eind van de middag, om een gerepareerde fiets op te halen. Die fietsenmaker woonde met zijn vrouw en zoon in een klein huisje. Aan de zijkant van het huisje zat de voordeur, en in die voordeur zat zo’n kijkdeurtje.
We hadden de fiets opgehaald en het deurtje was net dicht gegaan, toen Chris een vliegje in zijn oor kreeg. Hij was daar erg van onder de indruk, want dat gonsde zo. Hij klopte weer op dat deurtje en die zoon deed opnieuw open. Op de mededeling van Chris dat hij een mugje in zijn oor had, keek de jongen hem heel schaapachtig aan. Chris liet hem luisteren naar het geluid van het gonzen, maar die jongen kon echt niets horen en keek nog schaapachtiger.
Toen we thuis waren, was het vliegje er nog steeds en zijn we doorgefietst naar Warmenhuizen, naar dokter Van Hesteren. Die begon dat oor te spoelen, maar er kwam niets uit, dus hij geloofde het ook niet echt. En ik zelf begon ook te twijfelen. Maar verdomd, op het allerlaatst dreef er toch een verzopen vliegje in dat water.”
Chris van Geel was “een ongelooflijk bijzonder persoon”, vertelde Thérèse Cornips, in haar boek met herinneringen aan de dichter met wie ze tien jaar lang samenleefde, in Groet, tussen 1952 en 1962. Hij was in alles “een leuke geest”, en “alles wat hij zei was bijzonder.”
Zo beschreef ze hem: “Hij was voor geen gat te vangen, op geen enkele wijze; clichés waren hem helemaal vreemd.” Als voorbeeld van zijn originele gedrag vertelde ze het verhaal over het vliegje in het oor van Van Geel:
“We gingen een keer naar de fietsenmaker in Catrijp, helemaal aan het eind van de middag, om een gerepareerde fiets op te halen. Die fietsenmaker woonde met zijn vrouw en zoon in een klein huisje. Aan de zijkant van het huisje zat de voordeur, en in die voordeur zat zo’n kijkdeurtje.
We hadden de fiets opgehaald en het deurtje was net dicht gegaan, toen Chris een vliegje in zijn oor kreeg. Hij was daar erg van onder de indruk, want dat gonsde zo. Hij klopte weer op dat deurtje en die zoon deed opnieuw open. Op de mededeling van Chris dat hij een mugje in zijn oor had, keek de jongen hem heel schaapachtig aan. Chris liet hem luisteren naar het geluid van het gonzen, maar die jongen kon echt niets horen en keek nog schaapachtiger.
Toen we thuis waren, was het vliegje er nog steeds en zijn we doorgefietst naar Warmenhuizen, naar dokter Van Hesteren. Die begon dat oor te spoelen, maar er kwam niets uit, dus hij geloofde het ook niet echt. En ik zelf begon ook te twijfelen. Maar verdomd, op het allerlaatst dreef er toch een verzopen vliegje in dat water.”

Reacties
Een reactie posten