Doorgaan naar hoofdcontent

Bloem

.
Chris van Geel is ook de dichter van de verrassende beeldspraak. In zijn bespreking van Spinroc en andere verzen (1958) schreef Simon Vestdijk al heel lovend over zijn “flitsgewijs opduikende beelden en vergelijkingen”. Hier is zo’n vondst, te vinden in zijn tweede bundel, uit 1967:

       MOND

       In het gezicht toont het gebit het mooist,
       ik, als ik met meisjes spreek, geloof
       de bloem te zien van haar skelet, bloembladeren
       ivoor, het hart van tong in een krans van lip.

Volgens de definities is er verschil tussen gebit (tanden) en skelet (botten), maar voor Van Geel bestaat dat onderscheid niet. Hij ziet de tanden hier als een onderdeel van het skelet. Niet zomaar een onderdeel – het gebit is het deel waarmee het harde bottenstelsel zich laat zien aan de buitenwereld, en dan ook meteen op zijn sierlijkst: als een ontluikende bloem.
       De bloem is op zijn mooist als hij nog vers is en net uitkomt – in de mond van meisjes bijvoorbeeld. De jonge witte tanden zijn de bloemblaadjes, “bloembladeren ivoor”, van het skelet. Daaromheen tooit zich een mooie krans, gevormd door de lippen. En tussen de bloembladeren is het hart zichtbaar, “het hart van tong”.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Lente

. In  Spinroc en andere verzen  (1958), de debuutbundel van Chris van Geel, staat een voor zijn doen nogal lang gedicht, van vijftien regels, verdeeld over drie strofen, in een voor zijn doen weinig compacte, spreektalige stijl:        LENTE ’57        Voor wat het mooie weer verstoort,        het ritselen van dorre bladeren, de wind,        de grijze veren aan de horizon,        ben ik een stal met open deuren        om in te rijden, uit te rijden,        het nadenken een bergplaats.        Voor zon heb ik geen oog,        zij laat mij koud, zij klimt onhandelbaar        en speelt haar sluiers eindeloos.   ...

Krispijn

. De dichter Chr.J. van Geel was al 41 jaar oud toen hij, in 1958, debuteerde, met een dikke bundel: Spinroc en andere verzen , 148 pagina’s. In de jaren daarvoor had hij al veel gedichten geschreven, maar zonder daarvan iets te publiceren. Van Geel was erg kritisch op zichzelf, en onzeker – wat in dit geval vermoedelijk wel hetzelfde is. Hij kon erg goed twijfelen.        Zijn vriend Enno Endt en zijn levensgezel Thérèse Cornips stelden in 1955 daarom, zonder dat hij het wist, een strenge bloemlezing samen uit alle gedichten die zij op dat moment voorgelegd hadden gekregen: 78 gedichten die zij goed genoeg vonden voor publicatie en waarvan zij dachten dat Van Geel dat eigenlijk ook wel vond. Enno Endt schreef ze allemaal met de hand over in twee schoolschriften. De titel voor deze stiekem uitgekozen gedichten was Roofdruk , de vakterm voor een uitgave waarvan de auteur geen weet heeft. Ze legden de twee schriften voor aan enkele uitgevers, maar het k...

Gandhi

. In zijn column van afgelopen maandag op de opiniepagina van NRC haalde Stephan Sanders een gesprekje aan tussen een journalist en Mahatma Gandhi (1869-1948). Gandhi was, kort gezegd, de man die Brits-Indië voorging in de geweldloze bevrijding van de koloniale bezetter. In 1947 werd India onafhankelijk. Gandhi had zo zijn gedachten over de cultuur van de westerlingen, zoals blijkt uit dit korte gesprek:        – En wat denkt u van de westerse beschaving?        – Ik denk dat het een goed idee zou zijn. De kenner van het werk van Chr.J. van Geel zal dit citaat bekend voorkomen. In januari 1968 nam Barbarber deze tekst van hem op:        INTERVIEW MET GANDI        – Wat denkt u van de europese kultuur?        – Een goed idee. Van Geel zal het ergens in een krant of tijdschrift zijn tegengekomen en hij z...