Doorgaan naar hoofdcontent

Suja suja deine

.
Wanneer wordt een dichter geboren? De eerste poëzie in zijn leven kreeg Chris van Geel (1917-1974) niet toegediend door zijn moeder, met wie hij altijd een moeizaam contact zou hebben. Ook niet door zijn vader, die vooral afwezig was. Ook niet door zijn grootmoeder, die altijd wat op de achtergrond bleef. Het was zijn liefhebbende grootvader die de kleine jongen op zijn arm nam en wiegend bakerrijmpjes voor hem zong, keer op keer – zo wist Van Geels tante Mies vele jaren later nog te vertellen en na te zingen. Dit is er een van:

       Suja suja deine,
       kindje moete niet grijnen,
       kindje moet slapen gans de nacht,
       slapen tot moeder je wacht.

En deze ook:

       Slaap, kindje, slaap,
       daarbuiten loopt een schaap,
       een schaap met witte voetjes,
       dat drinkt zijn melk zo zoetjes.
       Slaap, kindje, slaap,
       daarbuiten loopt een schaap.

De eerste zang en de eerste woordjes: de eerste poëzie, met de paplepel ingegoten. Zo kuste de grootvader de dichter in de kleine jongen wakker.
       Of het echt zo gegaan is, zullen we nooit zeker weten, maar het beeld is mooi, en Van Geel wilde later graag geloven dat het zo gegaan was, met een hoofdrol voor zijn grootvader. “Ja, mijn grootvader, natuurlijk. Dat was, dat begreep ik meteen, een intellectueel, ha-ha, daar kon je op de arm. Want dat heb ik ook al vroeg begrepen: het verschil in verstand”, vertelde hij in oktober 1972 tegen G. Brands.
       Het voert wat ver om in deze anekdote al de geboorte van het dichterschap van Van Geel te willen zien, maar toch – de wereld van betekenisloze toverwoordjes (“suja suja deine”), van onbegrepen taal (‘grijnen’: grienen, huilen), van absurde invallen (er loopt een schaap op straat, “met witte voetjes”), van slaap en halfslaap en poëzie sluit aan bij zijn latere liefde voor kinderliedjes en kinderrijmen, voor sprookjes en grillige fantasie, en voor de zogenaamde primitieve volkskunst en volkstaal.
       Leerde hij dat later, in de jaren dertig, via het surrealisme pas waarderen? Zo wordt het in de literatuurgeschiedenis vaak voorgesteld: dichters en schrijvers worden eerst “beïnvloed” en “verwerken” daarna de invloed in hun eigen werk. Mensen, ook literatuurwetenschappers, willen graag zo denken, in termen van oorzaak en gevolg. Maar zou het niet ook omgekeerd kunnen zijn? Misschien vond Van Geel in het surrealisme terug wat hij on- en onderbewust al van heel vroeg kende.

(Bewerking van ‘Suja suja deine’, in ‘Van Geel Alfabet’, Hollands Maandblad, augustus-september 2023)

Foto van Onderwijsgek / Wikimedia.

Reacties

  1. Ik ken het liedje met 3 extra regels :
    Daar buiten loopt een bonte koe
    het kindje doet zijn oogjes toe
    Slaap, kindje, slaap.

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten

Populaire posts van deze blog

Krispijn

. De dichter Chr.J. van Geel was al 41 jaar oud toen hij, in 1958, debuteerde, met een dikke bundel: Spinroc en andere verzen , 148 pagina’s. In de jaren daarvoor had hij al veel gedichten geschreven, maar zonder daarvan iets te publiceren. Van Geel was erg kritisch op zichzelf, en onzeker – wat in dit geval vermoedelijk wel hetzelfde is. Hij kon erg goed twijfelen.        Zijn vriend Enno Endt en zijn levensgezel Thérèse Cornips stelden in 1955 daarom, zonder dat hij het wist, een strenge bloemlezing samen uit alle gedichten die zij op dat moment voorgelegd hadden gekregen: 78 gedichten die zij goed genoeg vonden voor publicatie en waarvan zij dachten dat Van Geel dat eigenlijk ook wel vond. Enno Endt schreef ze allemaal met de hand over in twee schoolschriften. De titel voor deze stiekem uitgekozen gedichten was Roofdruk , de vakterm voor een uitgave waarvan de auteur geen weet heeft. Ze legden de twee schriften voor aan enkele uitgevers, maar het k...

Gandhi

. In zijn column van afgelopen maandag op de opiniepagina van NRC haalde Stephan Sanders een gesprekje aan tussen een journalist en Mahatma Gandhi (1869-1948). Gandhi was, kort gezegd, de man die Brits-Indië voorging in de geweldloze bevrijding van de koloniale bezetter. In 1947 werd India onafhankelijk. Gandhi had zo zijn gedachten over de cultuur van de westerlingen, zoals blijkt uit dit korte gesprek:        – En wat denkt u van de westerse beschaving?        – Ik denk dat het een goed idee zou zijn. De kenner van het werk van Chr.J. van Geel zal dit citaat bekend voorkomen. In januari 1968 nam Barbarber deze tekst van hem op:        INTERVIEW MET GANDI        – Wat denkt u van de europese kultuur?        – Een goed idee. Van Geel zal het ergens in een krant of tijdschrift zijn tegengekomen en hij z...

Consi

. Chris van Geel (1917-1974) woonde tijdens de Tweede Wereldoorlog in Amsterdam, aan de Herengracht, hoek Amstel, even zijde, nummer 598. Natuurlijk had hij het moeilijk, zoals iedereen. Tijdens de Hongerwinter werd het ook voor hem steeds lastiger om nog aan voedsel te komen. Van Geel, al lang en dun van zichzelf, werd nu helemaal een broodmagere verschijning.        Eén keer in de week mocht hij komen eten bij de familie Heijdenrijk, bekend van de firma Heijdenrijk, de lijstenmakerij. De Heijdenrijks hadden een paar adressen waar hij ook af en toe kon aanschuiven. “Zo kwam ik de week wel door, zij het met moeite”, vertelde hij later aan G. Brands. Maar de nood was hoog. “Ten slotte betaalde ik ook 5 gulden voor een sigaret, een Consi, bij een portier op het Thorbeckeplein.”        Consi leek mij de naam van een Engels of Amerikaans sigarettenmerk. Het zuiden van Nederland was in het najaar van 1944 al bevrijd. Daa...