Doorgaan naar hoofdcontent

Wilhelmina

.
Chris van Geel had een bijzondere band met bomen. En ook met koningin Wilhelmina. Zoals voor velen die de oorlog hadden meegemaakt vertegenwoordigde zij voor hem de “geest van het verzet”. Het citaat komt uit zijn gedicht ‘Wilhelmina’, dat hij schreef toen hij, op zaterdag 8 december 1962, de uitvaart van de koningin zag, op televisie. Over dat gedicht (volgens hemzelf “een slecht, maar goedbedoeld vers”) een andere keer.

Kort na de uitvaart verscheen het boek Het is stil op Het Loo … Overpeinzingen in memoriam koningin Wilhelmina, geschreven door haar secretaris Thijs Booy. Van Geel las het, misschien al wel meteen na verschijnen, in 1963. Maar hij publiceerde er pas in juli 1970 een tekstje over, in het tijdschrift Barbarber. Het bestaat uit citaten van de secretaris zelf, genomen uit het eerste hoofdstuk van zijn boek, waarin hij vol eerbied spreekt over “mijn meesteres” en over haar innige relatie met bomen:

BOMEN

Zij was te Hollands nuchter om een gesprek met ze te beginnen, maar de sfeer voor een gesprek was er wel.
       Een boom was een ‘du’ voor haar. Zij was geen bomenmaniak, maar een landschapsvriendin, en ook geïnteresseerd in de houtprijzen.

Booy over Wilhelmina

Van Wilhelmina’s kleindochter Irene (over wie Van Geel ook een slecht, maar goedbedoeld vers schreef – maar ook daarover een andere keer) weten we dat zij een nog iets inniger omgang met bomen heeft. Zij praat wèl met bomen.
       Irene zet zich al een groot deel van haar leven in voor de natuur. Voor haar pioniersrol in dezen is zij vorig jaar tijdens de jaarlijkse Nationale Boomfeestdag (20 november 2025) geëerd met de eerste Nationale Boomfeestdag Prijs. Bij de volgende uitreiking zal de prijs worden omgedoopt tot ‘De Prinses Irene Boomfeestdag Prijs’.

• Wilhelmina's uitvaart

Reacties

Populaire posts van deze blog

Krispijn

. De dichter Chr.J. van Geel was al 41 jaar oud toen hij, in 1958, debuteerde, met een dikke bundel: Spinroc en andere verzen , 148 pagina’s. In de jaren daarvoor had hij al veel gedichten geschreven, maar zonder daarvan iets te publiceren. Van Geel was erg kritisch op zichzelf, en onzeker – wat in dit geval vermoedelijk wel hetzelfde is. Hij kon erg goed twijfelen.        Zijn vriend Enno Endt en zijn levensgezel Thérèse Cornips stelden in 1955 daarom, zonder dat hij het wist, een strenge bloemlezing samen uit alle gedichten die zij op dat moment voorgelegd hadden gekregen: 78 gedichten die zij goed genoeg vonden voor publicatie en waarvan zij dachten dat Van Geel dat eigenlijk ook wel vond. Enno Endt schreef ze allemaal met de hand over in twee schoolschriften. De titel voor deze stiekem uitgekozen gedichten was Roofdruk , de vakterm voor een uitgave waarvan de auteur geen weet heeft. Ze legden de twee schriften voor aan enkele uitgevers, maar het k...

Gandhi

. In zijn column van afgelopen maandag op de opiniepagina van NRC haalde Stephan Sanders een gesprekje aan tussen een journalist en Mahatma Gandhi (1869-1948). Gandhi was, kort gezegd, de man die Brits-Indië voorging in de geweldloze bevrijding van de koloniale bezetter. In 1947 werd India onafhankelijk. Gandhi had zo zijn gedachten over de cultuur van de westerlingen, zoals blijkt uit dit korte gesprek:        – En wat denkt u van de westerse beschaving?        – Ik denk dat het een goed idee zou zijn. De kenner van het werk van Chr.J. van Geel zal dit citaat bekend voorkomen. In januari 1968 nam Barbarber deze tekst van hem op:        INTERVIEW MET GANDI        – Wat denkt u van de europese kultuur?        – Een goed idee. Van Geel zal het ergens in een krant of tijdschrift zijn tegengekomen en hij z...

Consi

. Chris van Geel (1917-1974) woonde tijdens de Tweede Wereldoorlog in Amsterdam, aan de Herengracht, hoek Amstel, even zijde, nummer 598. Natuurlijk had hij het moeilijk, zoals iedereen. Tijdens de Hongerwinter werd het ook voor hem steeds lastiger om nog aan voedsel te komen. Van Geel, al lang en dun van zichzelf, werd nu helemaal een broodmagere verschijning.        Eén keer in de week mocht hij komen eten bij de familie Heijdenrijk, bekend van de firma Heijdenrijk, de lijstenmakerij. De Heijdenrijks hadden een paar adressen waar hij ook af en toe kon aanschuiven. “Zo kwam ik de week wel door, zij het met moeite”, vertelde hij later aan G. Brands. Maar de nood was hoog. “Ten slotte betaalde ik ook 5 gulden voor een sigaret, een Consi, bij een portier op het Thorbeckeplein.”        Consi leek mij de naam van een Engels of Amerikaans sigarettenmerk. Het zuiden van Nederland was in het najaar van 1944 al bevrijd. Daa...