Doorgaan naar hoofdcontent

Driekoningen

.
Wat is geluk? Dat is voor iedereen verschillend. Voor Chris van Geel kon het in kleine dingen zitten:

       GELUK

       Een steen tegenkomen in een hap krentenbrood
       zonder er eerst op gebeten
       te hebben. Een groot geluk, vol diepe geruststelling.

Of in een korte ontmoeting met een pad. Hij treft het beestje aan op de grond. Hij zit stil. Het is een onooglijk dier, met “voor liefde ongeschikte korte armen”, maar Van Geel bekijkt en beschrijft hem juist met veel aandacht en compassie, uitvoerig, tien regels lang – en daarna lijken ze zowaar even contact met elkaar te maken:

       Ik buk, hij maakt zich breder om te spreken.
       Hij springt over mijn vinger op een teken
       van mij, en vreemd, ik denk, dat is geluk.

Het geluk zit ook in ervaringen met een bijna mystieke inslag, moeilijk in alledaagse bewoordingen te vatten: zeldzame momenten waarop opeens, ongezocht, een vanzelfsprekende samenval met de omgeving zich aandient, zonder verdere verplichtingen:

       GELUK

       Ik heb het vanmiddag gevoeld
       hoe het zou kunnen zijn.
       De rotsen versteend,
       het water gewassen.

       Een zon die maar schijnt.

Op 6 januari 1969 beleefde hij ook zo’n helder en vanzelfsprekend moment, tijdens een van zijn nachtelijke wandelingen, alleen met zichzelf en met de buitenwereld:

       6.1.69

       Geluk dat is de buitenlucht,
       een venster maanlicht en de maan,
       een kerstboom naast een vuilnisbak,
       opblijven om niet op te staan.

Van Geel zette in zijn handschriften bijna altijd de ontstaansdatum onder een gedicht, en ook wel de data van verdere bewerking. Hier staat de datum erboven, als titel. Dat moet dan haast wel een betekenis hebben.
       Zes januari is de dag van Driekoningen, de dag waarop volgens de christelijke kalender de drie wijzen (of koningen) uit het oosten aankwamen in Bethlehem om de pasgeboren Jezus te bezoeken. Volgens de traditie moet op die dag, twaalf dagen na Kerstmis, de kerstboom afgetuigd en opgeruimd zijn, op straffe van ongeluk. Dat verklaart waarom de dichter, dwalend door zijn dorp in de maanverlichte nacht, hier naast een vuilnisbak niet zomaar wat oud vuil ziet staan, maar een gelukkig stemmende kerstboom.

Tekening Chr. J. van Geel, "hanlo's 3 koninkjes in de mist", bij een titelloos Driekoningen-gedicht van Jan Hanlo, in Hanlo's prozabundel In een gewoon rijtuig (1966).

Reacties

  1. Nog een 'haiku' van Chr. Geel in deze boeiende rubriek.
    Woorden, geluk en zen lijken samen te vallen in:

    eenvoudig
    de duinen
    eenvoudig

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten

Populaire posts van deze blog

Krispijn

. De dichter Chr.J. van Geel was al 41 jaar oud toen hij, in 1958, debuteerde, met een dikke bundel: Spinroc en andere verzen , 148 pagina’s. In de jaren daarvoor had hij al veel gedichten geschreven, maar zonder daarvan iets te publiceren. Van Geel was erg kritisch op zichzelf, en onzeker – wat in dit geval vermoedelijk wel hetzelfde is. Hij kon erg goed twijfelen.        Zijn vriend Enno Endt en zijn levensgezel Thérèse Cornips stelden in 1955 daarom, zonder dat hij het wist, een strenge bloemlezing samen uit alle gedichten die zij op dat moment voorgelegd hadden gekregen: 78 gedichten die zij goed genoeg vonden voor publicatie en waarvan zij dachten dat Van Geel dat eigenlijk ook wel vond. Enno Endt schreef ze allemaal met de hand over in twee schoolschriften. De titel voor deze stiekem uitgekozen gedichten was Roofdruk , de vakterm voor een uitgave waarvan de auteur geen weet heeft. Ze legden de twee schriften voor aan enkele uitgevers, maar het k...

Gandhi

. In zijn column van afgelopen maandag op de opiniepagina van NRC haalde Stephan Sanders een gesprekje aan tussen een journalist en Mahatma Gandhi (1869-1948). Gandhi was, kort gezegd, de man die Brits-Indië voorging in de geweldloze bevrijding van de koloniale bezetter. In 1947 werd India onafhankelijk. Gandhi had zo zijn gedachten over de cultuur van de westerlingen, zoals blijkt uit dit korte gesprek:        – En wat denkt u van de westerse beschaving?        – Ik denk dat het een goed idee zou zijn. De kenner van het werk van Chr.J. van Geel zal dit citaat bekend voorkomen. In januari 1968 nam Barbarber deze tekst van hem op:        INTERVIEW MET GANDI        – Wat denkt u van de europese kultuur?        – Een goed idee. Van Geel zal het ergens in een krant of tijdschrift zijn tegengekomen en hij z...

Consi

. Chris van Geel (1917-1974) woonde tijdens de Tweede Wereldoorlog in Amsterdam, aan de Herengracht, hoek Amstel, even zijde, nummer 598. Natuurlijk had hij het moeilijk, zoals iedereen. Tijdens de Hongerwinter werd het ook voor hem steeds lastiger om nog aan voedsel te komen. Van Geel, al lang en dun van zichzelf, werd nu helemaal een broodmagere verschijning.        Eén keer in de week mocht hij komen eten bij de familie Heijdenrijk, bekend van de firma Heijdenrijk, de lijstenmakerij. De Heijdenrijks hadden een paar adressen waar hij ook af en toe kon aanschuiven. “Zo kwam ik de week wel door, zij het met moeite”, vertelde hij later aan G. Brands. Maar de nood was hoog. “Ten slotte betaalde ik ook 5 gulden voor een sigaret, een Consi, bij een portier op het Thorbeckeplein.”        Consi leek mij de naam van een Engels of Amerikaans sigarettenmerk. Het zuiden van Nederland was in het najaar van 1944 al bevrijd. Daa...