.
Slaap is voor een dichter heel belangrijk, althans voor een dichter als Van Geel. Nietsdoen ook. In een gesprek met Gerard Brands in oktober 1972 gaf hij een lange en bevlogen verdediging van het nietsdoen, een stevig pleidooi voor een zuiver contemplatieve manier van leven, zonder ambities:
“Mijn interesse voor baby’s is ook enorm. Ik vind niks mooiers dan een baby, die rustig ligt. Een poes die op het tapijt ligt, die suggereert ook op de een of andere manier contact met een welbevinden. Dat doet een baby ook, of ie nou met open ogen ligt te staren of ligt te slapen. (…) Het ware ongeluk begint pas wanneer de mensen denken dat er een ander wezen aan te pas moet komen willen zij zich op hun gemak kunnen voelen. Dat zwak voor de slaap en voor de slaaphebbende mens is ook iets kenmerkends voor mij.”
Wie slaap zo belangrijk vindt, moet in gesprek met een interviewer vanzelf tot deze conclusie komen: “En ik heb ook liever dat jij slaapt dan dat je met me praat.” Het is een verrassende uitspraak voor een schrijver die geïnterviewd wordt.
Als Van Geel liever zag dat zijn ondervrager sliep, dan zou hijzelf, strikt geredeneerd, eigenlijk ook liever moeten slapen dan praten – en, ja, hij moest toegeven dat dat inderdaad zo was:
“[Ik slaap liever] dan dat ik praat.”
En: “Ik slaap liever omdat ik weet dat ik dan beter besta, of echter. Dat kun je allemaal in christelijke zin uitleggen, maar dat moet je niet doen, daar is geen enkele aanleiding toe. Dat is gewoon een historische, klassieke, misschien wel doodgewone platonische opvatting des levens.”
(Bewerking van ‘Slaap’, in ‘Van Geel Alfabet’, Hollands Maandblad, augustus-september 2023)
Slaap is voor een dichter heel belangrijk, althans voor een dichter als Van Geel. Nietsdoen ook. In een gesprek met Gerard Brands in oktober 1972 gaf hij een lange en bevlogen verdediging van het nietsdoen, een stevig pleidooi voor een zuiver contemplatieve manier van leven, zonder ambities:
“Mijn interesse voor baby’s is ook enorm. Ik vind niks mooiers dan een baby, die rustig ligt. Een poes die op het tapijt ligt, die suggereert ook op de een of andere manier contact met een welbevinden. Dat doet een baby ook, of ie nou met open ogen ligt te staren of ligt te slapen. (…) Het ware ongeluk begint pas wanneer de mensen denken dat er een ander wezen aan te pas moet komen willen zij zich op hun gemak kunnen voelen. Dat zwak voor de slaap en voor de slaaphebbende mens is ook iets kenmerkends voor mij.”
Wie slaap zo belangrijk vindt, moet in gesprek met een interviewer vanzelf tot deze conclusie komen: “En ik heb ook liever dat jij slaapt dan dat je met me praat.” Het is een verrassende uitspraak voor een schrijver die geïnterviewd wordt.
Als Van Geel liever zag dat zijn ondervrager sliep, dan zou hijzelf, strikt geredeneerd, eigenlijk ook liever moeten slapen dan praten – en, ja, hij moest toegeven dat dat inderdaad zo was:
“[Ik slaap liever] dan dat ik praat.”
En: “Ik slaap liever omdat ik weet dat ik dan beter besta, of echter. Dat kun je allemaal in christelijke zin uitleggen, maar dat moet je niet doen, daar is geen enkele aanleiding toe. Dat is gewoon een historische, klassieke, misschien wel doodgewone platonische opvatting des levens.”
(Bewerking van ‘Slaap’, in ‘Van Geel Alfabet’, Hollands Maandblad, augustus-september 2023)

Reacties
Een reactie posten