.
Op vrijdag 18 januari 1963, midden in de barre winter van 1963, werd de twaalfde Elfstedentocht verreden. De tocht zou de geschiedenis ingaan als de zwaarste tocht aller tijden. Er lag twintig centimeter sneeuw, het was gemeen koud, en in de loop van de dag stak er een krachtige noordoostenwind op. Het ijs was op veel plekken nauwelijks begaanbaar, door scheuren, hobbels en spleten. Er waren maar weinig schaatsers die de eindstreep haalden: “Van de 568 wedstrijdrijders wisten slechts 57 binnen de vereiste 2 uur na de winnaar binnen te komen. Van de 9294 toertochters die aan de tocht waren begonnen konden er aan het eind van de dag slechts 69 (0,74%) het Elfstedenkruisje in hun handen houden.” (Wikipedia)
De tocht werd op televisie uitgezonden, maar was ook te volgen via de radio. Chris van Geel en Elly de Waard hadden toen nog geen televisie. Ze “luisterden de hele dag naar de radio om de voortgang van de schaatsers onder deze extreme omstandigheden te volgen’, zo herinnert Elly de Waard zich (in ‘Rijk in gedachten’, haar portret van Van Geel). De winnaar van de helse tocht werd Reinier Paping, uit Ommen. Hij finishte na bijna elf uur als eerste in Leeuwarden, met een voorsprong van meer dan twintig minuten op nummer twee, Jan Uitham, uit Noorderhoogebrug.
“Toen Reinier Paping na zijn overwinning gevraagd werd wat hij ’s ochtends, voor hij wegging, voor krachtvoedsel had gegeten en hij geantwoord had: enkel een bord Brinta-pap, gaf Chris onmiddellijk orders een pak Brinta aan te schaffen. Als die pap je zo sterk maakte dat je de Elfstedentocht er onder die omstandigheden mee kon winnen, dan wilde hij die ook alle dagen eten. En zo geschiedde.”
De dichter Jan Hanlo moest niets van Brinta hebben. Hij was een overtuigde Bambix-gebruiker, zo bleek toen hij een paar jaar later een tijdje bij Van Geel en De Waard kwam logeren. Iedere ochtend nam Hanlo een bord Bambix dat “zoals hij tevreden vaststelde, voor heel kleine kinderen was en dat volgens hem niet onaanzienlijke voordelen bezat boven de zoveel ‘zwaardere’ Brinta.” Een en ander leidde aan de ontbijttafel weliswaar tot stevige papdebatten, maar geen van beide dichters slaagde erin de ander te overtuigen. “In het geheim probeerde Chris Bambix wel uit, maar hij bleef de Brinta-pap toch trouw.”
Reinier Paping kreeg als prijs voor zijn Elfstedentochtoverwinning twee jaarkaarten voor de ijsbaan in Deventer, en een zilveren sigarettendoos. Zijn opmerking over Brinta leverde hem een reclamecontract op ter waarde van 500 gulden, plus een aansteker en een föhn.
(Bewerking van ‘Brinta’, in ‘Het Van Geel Alfabet. Eerste supplement’, Tirade 383, maart 2000)
Op vrijdag 18 januari 1963, midden in de barre winter van 1963, werd de twaalfde Elfstedentocht verreden. De tocht zou de geschiedenis ingaan als de zwaarste tocht aller tijden. Er lag twintig centimeter sneeuw, het was gemeen koud, en in de loop van de dag stak er een krachtige noordoostenwind op. Het ijs was op veel plekken nauwelijks begaanbaar, door scheuren, hobbels en spleten. Er waren maar weinig schaatsers die de eindstreep haalden: “Van de 568 wedstrijdrijders wisten slechts 57 binnen de vereiste 2 uur na de winnaar binnen te komen. Van de 9294 toertochters die aan de tocht waren begonnen konden er aan het eind van de dag slechts 69 (0,74%) het Elfstedenkruisje in hun handen houden.” (Wikipedia)
De tocht werd op televisie uitgezonden, maar was ook te volgen via de radio. Chris van Geel en Elly de Waard hadden toen nog geen televisie. Ze “luisterden de hele dag naar de radio om de voortgang van de schaatsers onder deze extreme omstandigheden te volgen’, zo herinnert Elly de Waard zich (in ‘Rijk in gedachten’, haar portret van Van Geel). De winnaar van de helse tocht werd Reinier Paping, uit Ommen. Hij finishte na bijna elf uur als eerste in Leeuwarden, met een voorsprong van meer dan twintig minuten op nummer twee, Jan Uitham, uit Noorderhoogebrug.
“Toen Reinier Paping na zijn overwinning gevraagd werd wat hij ’s ochtends, voor hij wegging, voor krachtvoedsel had gegeten en hij geantwoord had: enkel een bord Brinta-pap, gaf Chris onmiddellijk orders een pak Brinta aan te schaffen. Als die pap je zo sterk maakte dat je de Elfstedentocht er onder die omstandigheden mee kon winnen, dan wilde hij die ook alle dagen eten. En zo geschiedde.”
De dichter Jan Hanlo moest niets van Brinta hebben. Hij was een overtuigde Bambix-gebruiker, zo bleek toen hij een paar jaar later een tijdje bij Van Geel en De Waard kwam logeren. Iedere ochtend nam Hanlo een bord Bambix dat “zoals hij tevreden vaststelde, voor heel kleine kinderen was en dat volgens hem niet onaanzienlijke voordelen bezat boven de zoveel ‘zwaardere’ Brinta.” Een en ander leidde aan de ontbijttafel weliswaar tot stevige papdebatten, maar geen van beide dichters slaagde erin de ander te overtuigen. “In het geheim probeerde Chris Bambix wel uit, maar hij bleef de Brinta-pap toch trouw.”
Reinier Paping kreeg als prijs voor zijn Elfstedentochtoverwinning twee jaarkaarten voor de ijsbaan in Deventer, en een zilveren sigarettendoos. Zijn opmerking over Brinta leverde hem een reclamecontract op ter waarde van 500 gulden, plus een aansteker en een föhn.
(Bewerking van ‘Brinta’, in ‘Het Van Geel Alfabet. Eerste supplement’, Tirade 383, maart 2000)

Is de tekening gemaakt met AI? In elk geval vind ik het een naar plaatje.
BeantwoordenVerwijderen