Doorgaan naar hoofdcontent

Vrijgezel

.
Dit is een tekst van Chris van Geel, in december 1971 verschenen in het tijdschrift Barbarber:

       VRIJGEZEL

       Van mooi gevonden muziek geen plaat willen hebben

Had Van Geel hier één bepaalde vrijgezel op het oog, eentje met een eigenaardige gewoonte? Of gold zijn bewering min of meer voor alle vrijgezellen? Dan was het een gemeenplaats, een kant en klare mening, van het soort dat Gustave Flaubert zo’n honderdvijftig jaar geleden verzamelde in zijn Dictionnaire des idées reçues, zijn Woordenboek van pasklare ideeën. Over de vrijgezel noteerde hij (vertaling Hans van Pinxteren):

       VRIJGEZELLEN – Leiden een liederlijk bestaan en zijn egoïstisch. Hun kamer is
       altijd één grote bende. Het stinkt er naar tabak en er hangen pornografische platen
       aan de muur. Ze zouden meer belasting moeten betalen. Gaan een trieste
       oude dag tegemoet.

Zo’n gemeenplaats zou Van Geels vrijgezellenobservatie ook kunnen zijn. Zo zijn ze, vrijgezellen: willen van mooi gevonden muziek geen plaat hebben.
       Maar waarom niet? Ik wist het niet*. Misschien ligt de verklaring voor Van Geels bewering in een analogie. Raymond Noë wees mij daarop. Zoals een vrijgezel met muziek omgaat, zo gaat hij ook met vrouwen om – dat is de achterliggende, onuitgesproken gedachte. De vrijgezel houdt van (mooie of mooi gevonden) vrouwen, maar “hij wil er geen plaat van”. Dat is: hij wil er niet aan vast zitten.

* Zie ook: ‘Vrijgezellenpoëzie’, in ‘Het Van Geel Alfabet. Zevende supplement’, Tirade, nummer 397, december 2002.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Lente

. In  Spinroc en andere verzen  (1958), de debuutbundel van Chris van Geel, staat een voor zijn doen nogal lang gedicht, van vijftien regels, verdeeld over drie strofen, in een voor zijn doen weinig compacte, spreektalige stijl:        LENTE ’57        Voor wat het mooie weer verstoort,        het ritselen van dorre bladeren, de wind,        de grijze veren aan de horizon,        ben ik een stal met open deuren        om in te rijden, uit te rijden,        het nadenken een bergplaats.        Voor zon heb ik geen oog,        zij laat mij koud, zij klimt onhandelbaar        en speelt haar sluiers eindeloos.   ...

Krispijn

. De dichter Chr.J. van Geel was al 41 jaar oud toen hij, in 1958, debuteerde, met een dikke bundel: Spinroc en andere verzen , 148 pagina’s. In de jaren daarvoor had hij al veel gedichten geschreven, maar zonder daarvan iets te publiceren. Van Geel was erg kritisch op zichzelf, en onzeker – wat in dit geval vermoedelijk wel hetzelfde is. Hij kon erg goed twijfelen.        Zijn vriend Enno Endt en zijn levensgezel Thérèse Cornips stelden in 1955 daarom, zonder dat hij het wist, een strenge bloemlezing samen uit alle gedichten die zij op dat moment voorgelegd hadden gekregen: 78 gedichten die zij goed genoeg vonden voor publicatie en waarvan zij dachten dat Van Geel dat eigenlijk ook wel vond. Enno Endt schreef ze allemaal met de hand over in twee schoolschriften. De titel voor deze stiekem uitgekozen gedichten was Roofdruk , de vakterm voor een uitgave waarvan de auteur geen weet heeft. Ze legden de twee schriften voor aan enkele uitgevers, maar het k...

Gandhi

. In zijn column van afgelopen maandag op de opiniepagina van NRC haalde Stephan Sanders een gesprekje aan tussen een journalist en Mahatma Gandhi (1869-1948). Gandhi was, kort gezegd, de man die Brits-Indië voorging in de geweldloze bevrijding van de koloniale bezetter. In 1947 werd India onafhankelijk. Gandhi had zo zijn gedachten over de cultuur van de westerlingen, zoals blijkt uit dit korte gesprek:        – En wat denkt u van de westerse beschaving?        – Ik denk dat het een goed idee zou zijn. De kenner van het werk van Chr.J. van Geel zal dit citaat bekend voorkomen. In januari 1968 nam Barbarber deze tekst van hem op:        INTERVIEW MET GANDI        – Wat denkt u van de europese kultuur?        – Een goed idee. Van Geel zal het ergens in een krant of tijdschrift zijn tegengekomen en hij z...