Doorgaan naar hoofdcontent

Web

.
Chris van Geel voegde aan zijn brieven vaak nieuwe gedichten toe. Zo ook op zondag 29 september 1963, bij een brief aan Judith Herzberg en Huyck van Leeuwen. “Nog een somber versje om somber te eindigen in somber weer.” Volgens de weerarchieven was die zondag een grijze najaarsdag: “een gemiddelde, geheel bewolkte dag met een gemiddelde temperatuur van 12.4 ℃.” De luchtvochtigheid was hoog, en er viel her en der wat regen. “Er viel in totaal 4.9 mm neerslag in een periode van 5.7 uur.” Dit is het meegestuurde gedicht:

       Het web houdt zijn gezicht hol in de wind,
       de spin heeft het verlaten, sterren staan
       er in en kou, wind scheurt het van de aarde,
       van leeggevreten lijken waait het schoon.

Het is een desolaat portret van een spinnenweb: verlaten door zijn schepper, nutteloos geworden, aan zijn lot overgelaten. Er zijn nog wat resten van gevangen en daarna leeggevreten insecten te zien. Nu hangt het in losse flarden in de kou heen en weer te waaien.
       Het is op zich al bijzonder dat een dichter zich buigt over zoiets fragiels als een verlaten en verscheurd spinnenweb. Ook bijzonder: dat hij het web een (menselijke of dierlijke) gedaante geeft, en zelfs een gezicht. Dan volgt een verrassend beeld: in de structuur van de webdraden ziet hij sterren. “Sterren staan er in”. Zo wordt het aardse en bij uitstek vergankelijke web in één beweging verbonden met de grote onmetelijke kosmos. De slotregel voegt daar nog een wrange formulering aan toe: het leegwaaien van het web wordt vergeleken met schoonmaken. Opgeruimd staat netjes.
       Twee jaar later publiceerde Van Geel dit gedicht in Maatstaf, in oktober-november 1965. Met een paar kleine wijzigingen:

       Het web houdt zijn gezicht hol in de wind,
       de spin heeft het verlaten, sterren staan
       er in, wind scheurt het van de aarde,
       van leeggevreten gaten waait het schoon.

De belangrijkste wijziging is de verandering van “lijken” in “gaten” in de laatste regel. Misschien vergelijkt Van Geel de webdraden niet met sterren, zoals ik eerst dacht. Misschien zijn het juist de grote opengewaaide gaten in het web die het mogelijk maken, door het web heen, de echte sterren aan de hemel te zien staan. Voor de werking van het gedicht maakt dit niet heel veel uit, lijkt mij. Het draait om de achteloze verbinding tussen dichtbij en ver weg, iel en groots – tussen aards web en hemelse ster.

Foto: Victor Bos / Wikimedia

Reacties

Populaire posts van deze blog

Lente

. In  Spinroc en andere verzen  (1958), de debuutbundel van Chris van Geel, staat een voor zijn doen nogal lang gedicht, van vijftien regels, verdeeld over drie strofen, in een voor zijn doen weinig compacte, spreektalige stijl:        LENTE ’57        Voor wat het mooie weer verstoort,        het ritselen van dorre bladeren, de wind,        de grijze veren aan de horizon,        ben ik een stal met open deuren        om in te rijden, uit te rijden,        het nadenken een bergplaats.        Voor zon heb ik geen oog,        zij laat mij koud, zij klimt onhandelbaar        en speelt haar sluiers eindeloos.   ...

Krispijn

. De dichter Chr.J. van Geel was al 41 jaar oud toen hij, in 1958, debuteerde, met een dikke bundel: Spinroc en andere verzen , 148 pagina’s. In de jaren daarvoor had hij al veel gedichten geschreven, maar zonder daarvan iets te publiceren. Van Geel was erg kritisch op zichzelf, en onzeker – wat in dit geval vermoedelijk wel hetzelfde is. Hij kon erg goed twijfelen.        Zijn vriend Enno Endt en zijn levensgezel Thérèse Cornips stelden in 1955 daarom, zonder dat hij het wist, een strenge bloemlezing samen uit alle gedichten die zij op dat moment voorgelegd hadden gekregen: 78 gedichten die zij goed genoeg vonden voor publicatie en waarvan zij dachten dat Van Geel dat eigenlijk ook wel vond. Enno Endt schreef ze allemaal met de hand over in twee schoolschriften. De titel voor deze stiekem uitgekozen gedichten was Roofdruk , de vakterm voor een uitgave waarvan de auteur geen weet heeft. Ze legden de twee schriften voor aan enkele uitgevers, maar het k...

Gandhi

. In zijn column van afgelopen maandag op de opiniepagina van NRC haalde Stephan Sanders een gesprekje aan tussen een journalist en Mahatma Gandhi (1869-1948). Gandhi was, kort gezegd, de man die Brits-Indië voorging in de geweldloze bevrijding van de koloniale bezetter. In 1947 werd India onafhankelijk. Gandhi had zo zijn gedachten over de cultuur van de westerlingen, zoals blijkt uit dit korte gesprek:        – En wat denkt u van de westerse beschaving?        – Ik denk dat het een goed idee zou zijn. De kenner van het werk van Chr.J. van Geel zal dit citaat bekend voorkomen. In januari 1968 nam Barbarber deze tekst van hem op:        INTERVIEW MET GANDI        – Wat denkt u van de europese kultuur?        – Een goed idee. Van Geel zal het ergens in een krant of tijdschrift zijn tegengekomen en hij z...