. Chris van Geel had de gewoonte om laat op te staan en dan meteen aan het werk te gaan, zo schreef Elly de Waard in haar portret van hem. Pas aan het eind van de middag, na een hele dag gedichten schrijven, en brieven, ging hij zich wassen en aankleden. Bij het wassen en aankleden “liep hij onbekommerd door het huis – hij was verademend onpreuts – en zong of declameerde hij luid en opgewekt. De voordracht behelsde rijmpjes in de trant van: ‘Goedemorgen, juffrouw Beuker, hier is de nieuwe kippenneuker!’ of ‘Kijk eens even, de kwestie is deze, geen kinderen en toch te kezen!’, waarna hij weer in dat aanstekelijke gelach kon uitbarsten.” Ook zong hij liedjes, of regels uit liedjes: “De liedjes die hij zong konden onverwacht afkomstig blijken te zijn uit een musical uit de jaren twintig, waarvan bijvoorbeeld de volgende frase hem was bijgebleven: ‘Mooie zus, mooie zus, van de autobus, kind wat ruik je toch weer lekker naar benziéééne…’ Daarbij voerde hij soms dansen uit met de han...
Over en van de dichter Chr.J. van Geel — door Guus Middag